BWBR0020368
Geldig vanaf 2015-11-11
Artikel 3:71
Wet op het financieel toezicht
1. Een afwikkelonderneming, betaalinstelling, clearinginstelling, elektronischgeldinstelling, bank, kredietunie, pensioenbewaarder, premiepensioeninstelling, verzekeraar of wisselinstelling met zetel in Nederland verstrekt binnen zes maanden na afloop van het boekjaar aan de Nederlandsche Bank de jaarrekening, het bestuursverslag en de overige gegevens, bedoeld in de <a href="/wet/BWBR0003045/artikel/361" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikelen 361, eerste lid</a>, onderscheidenlijk <a href="/wet/BWBR0003045/artikel/391" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">391, eerste lid</a>, en <a href="/wet/BWBR0003045/artikel/392" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">392, eerste lid, onderdelen a tot en met h, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek</a>.
2. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot de wijze van de verstrekking van de jaarrekening, het bestuursverslag en de overige gegevens.
3. Onverminderd het bepaalde in <a href="/wet/BWBR0003045" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Titel 9 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek</a>kan de Nederlandsche Bank op aanvraag geheel of gedeeltelijk, al dan niet voor bepaalde tijd, ontheffing verlenen van het eerste lid indien de aanvrager aantoont dat daaraan redelijkerwijs niet kan worden voldaan en dat de doeleinden die dit artikel beoogt te bereiken anderszins worden bereikt.
2. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot de wijze van de verstrekking van de jaarrekening, het bestuursverslag en de overige gegevens.
3. Onverminderd het bepaalde in <a href="/wet/BWBR0003045" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Titel 9 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek</a>kan de Nederlandsche Bank op aanvraag geheel of gedeeltelijk, al dan niet voor bepaalde tijd, ontheffing verlenen van het eerste lid indien de aanvrager aantoont dat daaraan redelijkerwijs niet kan worden voldaan en dat de doeleinden die dit artikel beoogt te bereiken anderszins worden bereikt.