BWBR0020368
Geldig vanaf 2015-11-11
Artikel 5:88a
Wet op het financieel toezicht
1. Onverminderd het bepaalde in <a href="/wet/BWBR0008691" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">hoofdstukken 3</a>en <a href="/wet/BWBR0008691" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">4 van de Mededingingswet</a>, zijn de voorwaarden die door banken worden verbonden aan de toegang van betaalinstellingen tot betaalrekeningsdiensten objectief, niet-discriminerend en evenredig. Deze toegang is voldoende om betaalinstellingen in staat te stellen op onbelemmerde en efficiënte wijze betaaldiensten aan te bieden.
2. Een weigering van toegang wordt door de bank onder volledige opgave van redenen gemeld bij de Autoriteit Consument en Markt.
3. Het eerste en tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing op de toegang van:
a. betaaldienstverleners die geheel of gedeeltelijk zijn vrijgesteld van artikel 2:3a, eerste lid;
b. betaaldienstverleners met zetel in een andere lidstaat waaraan een vergunning is verleend voor het verlenen van betaaldiensten.
2. Een weigering van toegang wordt door de bank onder volledige opgave van redenen gemeld bij de Autoriteit Consument en Markt.
3. Het eerste en tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing op de toegang van:
a. betaaldienstverleners die geheel of gedeeltelijk zijn vrijgesteld van artikel 2:3a, eerste lid;
b. betaaldienstverleners met zetel in een andere lidstaat waaraan een vergunning is verleend voor het verlenen van betaaldiensten.