BWBR0020368
Geldig vanaf 2015-11-11
Artikel 3a:103
Wet op het financieel toezicht
1. De Nederlandsche Bank verricht de beoordeling van de aanvraag van een verklaring van geen bezwaar met inachtneming van de doelstellingen, bedoeld in artikel 3A:84, indien een verwerving of een vergroting van een gekwalificeerde deelneming in een verzekeraar als bedoeld in artikel 3:95het gevolg is van:
a. de uitoefening van een ingevolge artikel 3A:93, eerste lid, verworven recht op nieuw uit te geven eigendomsinstrumenten;
b. een uitgifte als bedoeld in artikel 3A:96;
c. een besluit als bedoeld in artikel 3A:121.
2. Bij de beoordeling, bedoeld in het eerste lid, zijn de artikelen 1:106b tot en met 1:106eniet van toepassing.
3. Indien de Nederlandsche Bank nog geen beslissing op een aanvraag als bedoeld in het eerste lid, heeft genomen, is, met ingang van het moment waarop de eigendomsinstrumenten worden uitgegeven totdat op de aanvraag is beslist:
a. het stemrecht van de aanvrager van de verklaring van geen bezwaar voortvloeiend uit die eigendomsinstrumenten geschorst en kan dit recht alleen door de Nederlandsche Bank worden uitgeoefend; en
b. de aanvrager vrijgesteld van het bepaalde in de artikelen 3:95, 3:96, 3:99, 3:103 en 3:104.
4. Indien de Nederlandsche Bank besluit een verklaring van geen bezwaar te verlenen, wordt de houder van de eigendomsinstrumenten geacht het volledige stemrecht met betrekking tot die eigendomsinstrumenten te hebben onmiddellijk nadat het besluit is bekendgemaakt.
5. Indien de Nederlandsche Bank de aanvraag afwijst, doet de aanvrager afstand van die eigendomsinstrumenten binnen een door de Nederlandsche Bank bepaalde termijn. Het tweede lid is van overeenkomstige toepassing.
a. de uitoefening van een ingevolge artikel 3A:93, eerste lid, verworven recht op nieuw uit te geven eigendomsinstrumenten;
b. een uitgifte als bedoeld in artikel 3A:96;
c. een besluit als bedoeld in artikel 3A:121.
2. Bij de beoordeling, bedoeld in het eerste lid, zijn de artikelen 1:106b tot en met 1:106eniet van toepassing.
3. Indien de Nederlandsche Bank nog geen beslissing op een aanvraag als bedoeld in het eerste lid, heeft genomen, is, met ingang van het moment waarop de eigendomsinstrumenten worden uitgegeven totdat op de aanvraag is beslist:
a. het stemrecht van de aanvrager van de verklaring van geen bezwaar voortvloeiend uit die eigendomsinstrumenten geschorst en kan dit recht alleen door de Nederlandsche Bank worden uitgeoefend; en
b. de aanvrager vrijgesteld van het bepaalde in de artikelen 3:95, 3:96, 3:99, 3:103 en 3:104.
4. Indien de Nederlandsche Bank besluit een verklaring van geen bezwaar te verlenen, wordt de houder van de eigendomsinstrumenten geacht het volledige stemrecht met betrekking tot die eigendomsinstrumenten te hebben onmiddellijk nadat het besluit is bekendgemaakt.
5. Indien de Nederlandsche Bank de aanvraag afwijst, doet de aanvrager afstand van die eigendomsinstrumenten binnen een door de Nederlandsche Bank bepaalde termijn. Het tweede lid is van overeenkomstige toepassing.