BWBR0020368
Geldig vanaf 2015-11-11
Artikel 1:14a
Wet op het financieel toezicht
1. Het ingevolge deze wet bepaalde ten aanzien van kredietservicers is niet van toepassing op:
a. een ieder die beschikt over een door de Europese Centrale Bank verleende vergunning voor het uitoefenen van het bedrijf van bank;
b. een aanbieder van krediet die beschikt over een vergunning als bedoeld in artikel 2:60;
c. een beheerder van een beleggingsinstelling die beschikt over een vergunning als bedoeld in artikel 2:65 of waaraan het ingevolge artikel 2:70 is toegestaan een Nederlandse beleggingsinstelling te beheren;
d. een beheerder van een icbe die beschikt over een vergunning als bedoeld in artikel 2:69b of waaraan het ingevolge artikel 2:71 is toegestaan een icbe met zetel in Nederland te beheren;
e. een advocaat als bedoeld in artikel 1, tweede lid, punt a, van Richtlijn 98/5/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 1998 ter vergemakkelijking van de permanente uitoefening van het beroep van advocaat in een andere lidstaat dan die waar de beroepskwalificatie is verworven (PbEU 1998, L 77);
f. een gerechtsdeurwaarder, waarnemend gerechtsdeurwaarder, kandidaat-gerechtsdeurwaarder en toegevoegd gerechtsdeurwaarder, die krachtens de Gerechtsdeurwaarderswet bevoegd is ambtshandelingen te verrichten; en
g. een notaris, toegevoegd notaris en kandidaat-notaris die krachtens de Wet op het notarisambt is opgenomen in het register, bedoeld in artikel 5 van die wet.
2. Het ingevolge deze wet bepaalde ten aanzien van het servicen van een niet-renderende kredietovereenkomst is niet van toepassing op:
a. het servicen van uitsluitend niet-renderende kredietovereenkomsten, indien de overdracht van de rechten van een kredietgever ingevolge die overeenkomsten of van de niet-renderende kredietovereenkomsten zelf voor 30 december 2023 heeft plaatsgevonden;
b. het servicen van een kredietovereenkomst, die niet is gesloten door een Nederlandse bank of Europese bank, tenzij de rechten van kredietgever krachtens de kredietovereenkomst, of de kredietovereenkomst zelf, wordt vervangen door een kredietovereenkomst die is afgesloten door een Nederlandse bank of Europese bank; en
c. de aankoop van de rechten van een kredietgever krachtens een niet-renderende kredietovereenkomst, of van de niet renderende kredietovereenkomst zelf door een Nederlandse bank of Europese bank.
a. een ieder die beschikt over een door de Europese Centrale Bank verleende vergunning voor het uitoefenen van het bedrijf van bank;
b. een aanbieder van krediet die beschikt over een vergunning als bedoeld in artikel 2:60;
c. een beheerder van een beleggingsinstelling die beschikt over een vergunning als bedoeld in artikel 2:65 of waaraan het ingevolge artikel 2:70 is toegestaan een Nederlandse beleggingsinstelling te beheren;
d. een beheerder van een icbe die beschikt over een vergunning als bedoeld in artikel 2:69b of waaraan het ingevolge artikel 2:71 is toegestaan een icbe met zetel in Nederland te beheren;
e. een advocaat als bedoeld in artikel 1, tweede lid, punt a, van Richtlijn 98/5/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 1998 ter vergemakkelijking van de permanente uitoefening van het beroep van advocaat in een andere lidstaat dan die waar de beroepskwalificatie is verworven (PbEU 1998, L 77);
f. een gerechtsdeurwaarder, waarnemend gerechtsdeurwaarder, kandidaat-gerechtsdeurwaarder en toegevoegd gerechtsdeurwaarder, die krachtens de Gerechtsdeurwaarderswet bevoegd is ambtshandelingen te verrichten; en
g. een notaris, toegevoegd notaris en kandidaat-notaris die krachtens de Wet op het notarisambt is opgenomen in het register, bedoeld in artikel 5 van die wet.
2. Het ingevolge deze wet bepaalde ten aanzien van het servicen van een niet-renderende kredietovereenkomst is niet van toepassing op:
a. het servicen van uitsluitend niet-renderende kredietovereenkomsten, indien de overdracht van de rechten van een kredietgever ingevolge die overeenkomsten of van de niet-renderende kredietovereenkomsten zelf voor 30 december 2023 heeft plaatsgevonden;
b. het servicen van een kredietovereenkomst, die niet is gesloten door een Nederlandse bank of Europese bank, tenzij de rechten van kredietgever krachtens de kredietovereenkomst, of de kredietovereenkomst zelf, wordt vervangen door een kredietovereenkomst die is afgesloten door een Nederlandse bank of Europese bank; en
c. de aankoop van de rechten van een kredietgever krachtens een niet-renderende kredietovereenkomst, of van de niet renderende kredietovereenkomst zelf door een Nederlandse bank of Europese bank.