BWBR0020368
Geldig vanaf 2015-11-11
Artikel 1:92
Wet op het financieel toezicht
1. De toezichthouder kan, in afwijking van artikel 1:89, eerste lid, vertrouwelijke gegevens of inlichtingen verkregen bij de uitvoering van de hem ingevolge deze wet opgedragen taak, verstrekken aan een instantie die is belast met de uitoefening van strafvorderlijke bevoegdheden of aan een deskundige die door een dergelijke instantie met een opdracht is belast, voorzover de verlangde gegevens of inlichtingen noodzakelijk zijn voor de uitvoering van die opdracht.
2. Indien de instantie, bedoeld in het eerste lid, het voornemen heeft toepassing te geven aan de bevoegdheid tot het bij de toezichthouder vorderen van de uitlevering van een voor inbeslagneming vatbaar voorwerp of aan de bevoegdheid tot het vorderen van de inzage of een afschrift van bescheiden als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0001903/artikel/96a" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 96a</a>, <a href="/wet/BWBR0001903/artikel/105" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">105</a>of <a href="/wet/BWBR0001903/artikel/126a" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">126a van het Wetboek van Strafvordering</a>, of <a href="/wet/BWBR0002063/artikel/18" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 18</a>of <a href="/wet/BWBR0002063/artikel/19" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">19 van de Wet op de economische delicten</a>, en de vordering betreft vertrouwelijke gegevens of inlichtingen als bedoeld in artikel 1:89, eerste lid, stelt die instantie voorafgaand aan de uitoefening van haar bevoegdheid de toezichthouder in de gelegenheid zijn zienswijze hierover kenbaar te maken.
2. Indien de instantie, bedoeld in het eerste lid, het voornemen heeft toepassing te geven aan de bevoegdheid tot het bij de toezichthouder vorderen van de uitlevering van een voor inbeslagneming vatbaar voorwerp of aan de bevoegdheid tot het vorderen van de inzage of een afschrift van bescheiden als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0001903/artikel/96a" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 96a</a>, <a href="/wet/BWBR0001903/artikel/105" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">105</a>of <a href="/wet/BWBR0001903/artikel/126a" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">126a van het Wetboek van Strafvordering</a>, of <a href="/wet/BWBR0002063/artikel/18" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 18</a>of <a href="/wet/BWBR0002063/artikel/19" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">19 van de Wet op de economische delicten</a>, en de vordering betreft vertrouwelijke gegevens of inlichtingen als bedoeld in artikel 1:89, eerste lid, stelt die instantie voorafgaand aan de uitoefening van haar bevoegdheid de toezichthouder in de gelegenheid zijn zienswijze hierover kenbaar te maken.