BWBR0020368
Geldig vanaf 2015-11-11
Artikel 6:11
Wet op het financieel toezicht
1. De ondernemingskamer behandelt het verzoek tot vaststelling van de schadeloosstelling op de voet van de rechtspleging in burgerlijke zaken.
2. De ondernemingskamer stelt de schadeloosstelling vast overeenkomstig het aanbod van Onze Minister, tenzij zij aannemelijk acht dat het aanbod geen volledige vergoeding vormt voor de door betrokkene geleden schade.
3. Indien het aanbod van Onze Minister geen volledige vergoeding vormt van de door betrokkene geleden schade, stelt de ondernemingskamer met inachtneming van de artikelen 6:8en 6:9voor betrokkene een hogere schadeloosstelling vast.
4. De ondernemingskamer geeft omtrent de kosten van het geding zodanige uitspraak als zij meent dat behoort. Een rechthebbende op schadeloosstelling die geen verweer heeft gevoerd, wordt niet verwezen in de kosten.
2. De ondernemingskamer stelt de schadeloosstelling vast overeenkomstig het aanbod van Onze Minister, tenzij zij aannemelijk acht dat het aanbod geen volledige vergoeding vormt voor de door betrokkene geleden schade.
3. Indien het aanbod van Onze Minister geen volledige vergoeding vormt van de door betrokkene geleden schade, stelt de ondernemingskamer met inachtneming van de artikelen 6:8en 6:9voor betrokkene een hogere schadeloosstelling vast.
4. De ondernemingskamer geeft omtrent de kosten van het geding zodanige uitspraak als zij meent dat behoort. Een rechthebbende op schadeloosstelling die geen verweer heeft gevoerd, wordt niet verwezen in de kosten.