BWBR0020368
Geldig vanaf 2015-11-11
Artikel 2:64d
Wet op het financieel toezicht
1. Een kredietservicer met zetel in een andere lidstaat kan overgaan tot het servicen van een niet-renderende kredietovereenkomst vanuit een in Nederland gelegen bijkantoor of door middel van het verrichten van diensten naar Nederland:
a. onmiddellijk na ontvangst van de mededeling van de toezichthoudende instantie van de lidstaat van zijn zetel dat de Autoriteit Financiële Markten de informatie, verstrekt ingevolge artikel 13, tweede lid, van de richtlijn kredietservicers en kredietkopers heeft ontvangen; of
b. twee maanden na ontvangst van de mededeling van de toezichthoudende instantie van de lidstaat van zijn zetel dat zij de informatie, verstrekt ingevolge artikel 13, tweede lid, van de richtlijn kredietservicers en kredietkopers, aan de Autoriteit Financiële Markten heeft verzonden.
2. Indien de Autoriteit Financiële Markten een mededeling heeft ontvangen van een toezichthoudende instantie van een andere lidstaat met betrekking tot het servicen van krediet vanuit een in Nederland gelegen bijkantoor of door middel van het verrichten van diensten naar Nederland, kan zij voordat de kredietservicer aanvangt met het servicen van een niet-renderende kredietovereenkomst in Nederland, maar in ieder geval binnen twee maanden na ontvangst van de mededeling, aan de kredietservicer bekendmaken welke voorwaarden door hem om redenen van algemeen belang in acht moeten worden genomen bij het servicen van een niet-renderende kredietovereenkomst in Nederland.
a. onmiddellijk na ontvangst van de mededeling van de toezichthoudende instantie van de lidstaat van zijn zetel dat de Autoriteit Financiële Markten de informatie, verstrekt ingevolge artikel 13, tweede lid, van de richtlijn kredietservicers en kredietkopers heeft ontvangen; of
b. twee maanden na ontvangst van de mededeling van de toezichthoudende instantie van de lidstaat van zijn zetel dat zij de informatie, verstrekt ingevolge artikel 13, tweede lid, van de richtlijn kredietservicers en kredietkopers, aan de Autoriteit Financiële Markten heeft verzonden.
2. Indien de Autoriteit Financiële Markten een mededeling heeft ontvangen van een toezichthoudende instantie van een andere lidstaat met betrekking tot het servicen van krediet vanuit een in Nederland gelegen bijkantoor of door middel van het verrichten van diensten naar Nederland, kan zij voordat de kredietservicer aanvangt met het servicen van een niet-renderende kredietovereenkomst in Nederland, maar in ieder geval binnen twee maanden na ontvangst van de mededeling, aan de kredietservicer bekendmaken welke voorwaarden door hem om redenen van algemeen belang in acht moeten worden genomen bij het servicen van een niet-renderende kredietovereenkomst in Nederland.