BWBR0020368
Geldig vanaf 2015-11-11
Artikel 3a:23
Wet op het financieel toezicht
1. De Nederlandsche Bank regelt zo nodig de gevolgen van de besluiten op grond van de artikelen 3A:21en 3A:22.
2. Op verzoek van de Nederlandsche Bank gaat een daartoe bevoegde persoon of instantie over tot:
a. wijziging van relevante registers;
b. het uit de notering of uit de handel nemen van eigendomsinstrumenten of schuldinstrumenten;
c. notering of toelating tot de handel op een gereglementeerde markt van nieuwe kernkapitaalinstrumenten of eigendomsinstrumenten;
d. hernieuwde notering of toelating tot de handel van schuldinstrumenten waarvan de hoofdsom is verlaagd;
e. wijziging van de statuten in geval van vermindering van het bedrag van de aandelen; of
f. handelingen of diensten in verband met de afwikkeling van transacties in effecten en effectenafwikkelingssystemen.
3. Bij de toepassing van het tweede lid, onderdelen c en d, is artikel 3, eerste en tweede lid, van de prospectusverordening niet van toepassing.
2. Op verzoek van de Nederlandsche Bank gaat een daartoe bevoegde persoon of instantie over tot:
a. wijziging van relevante registers;
b. het uit de notering of uit de handel nemen van eigendomsinstrumenten of schuldinstrumenten;
c. notering of toelating tot de handel op een gereglementeerde markt van nieuwe kernkapitaalinstrumenten of eigendomsinstrumenten;
d. hernieuwde notering of toelating tot de handel van schuldinstrumenten waarvan de hoofdsom is verlaagd;
e. wijziging van de statuten in geval van vermindering van het bedrag van de aandelen; of
f. handelingen of diensten in verband met de afwikkeling van transacties in effecten en effectenafwikkelingssystemen.
3. Bij de toepassing van het tweede lid, onderdelen c en d, is artikel 3, eerste en tweede lid, van de prospectusverordening niet van toepassing.