BWBR0020368
Geldig vanaf 2015-11-11
Artikel 3a:135
Wet op het financieel toezicht
1. In afwijking van <a href="/wet/BWBR0005537/artikel/6:7" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 6:7 van de Algemene wet bestuursrecht</a>, bedraagt de termijn voor het indienen van een beroepschrift tegen een besluit van de Nederlandsche Bank ingevolge de afdelingen 3A.2.3en 3A.2.4tien dagen.
2. In afwijking van <a href="/wet/BWBR0005537/artikel/6:6" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 6:6 van de Algemene wet bestuursrecht</a>, is het beroep niet-ontvankelijk indien niet is voldaan aan <a href="/wet/BWBR0005537/artikel/6:5" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 6:5, eerste lid, onderdeel d, van die wet</a>.
3. Na afloop van de termijn voor het instellen van beroep kunnen geen beroepsgronden meer worden aangevoerd.
4. In afwijking van <a href="/wet/BWBR0005537/artikel/8:41" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 8:41, vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht</a>, bedraagt de termijn binnen welke de bijschrijving of storting van het verschuldigde griffierecht dient plaats te vinden, twee weken.
5. De bestuursrechter behandelt de zaak op versnelde wijze overeenkomstig <a href="/wet/BWBR0005537/artikel/8:52" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 8:52, tweede lid, onderdelen b tot en met f, en derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht</a>. <a href="/wet/BWBR0005537" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Afdeling 8.2.4 van die wet</a>blijft buiten toepassing.
6. De bestuursrechter doet uitspraak uiterlijk op de veertiende dag nadat het beroepschrift is ontvangen. Indien met toepassing van <a href="/wet/BWBR0005537/artikel/8:14" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 8:14, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht</a>twee of meer zaken gevoegd worden behandeld, doet de bestuursrechter uitspraak uiterlijk op de veertiende dag na ontvangst van het laatst ontvangen beroepschrift.
2. In afwijking van <a href="/wet/BWBR0005537/artikel/6:6" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 6:6 van de Algemene wet bestuursrecht</a>, is het beroep niet-ontvankelijk indien niet is voldaan aan <a href="/wet/BWBR0005537/artikel/6:5" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 6:5, eerste lid, onderdeel d, van die wet</a>.
3. Na afloop van de termijn voor het instellen van beroep kunnen geen beroepsgronden meer worden aangevoerd.
4. In afwijking van <a href="/wet/BWBR0005537/artikel/8:41" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 8:41, vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht</a>, bedraagt de termijn binnen welke de bijschrijving of storting van het verschuldigde griffierecht dient plaats te vinden, twee weken.
5. De bestuursrechter behandelt de zaak op versnelde wijze overeenkomstig <a href="/wet/BWBR0005537/artikel/8:52" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 8:52, tweede lid, onderdelen b tot en met f, en derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht</a>. <a href="/wet/BWBR0005537" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Afdeling 8.2.4 van die wet</a>blijft buiten toepassing.
6. De bestuursrechter doet uitspraak uiterlijk op de veertiende dag nadat het beroepschrift is ontvangen. Indien met toepassing van <a href="/wet/BWBR0005537/artikel/8:14" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 8:14, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht</a>twee of meer zaken gevoegd worden behandeld, doet de bestuursrechter uitspraak uiterlijk op de veertiende dag na ontvangst van het laatst ontvangen beroepschrift.