BWBR0020368
Geldig vanaf 2015-11-11
Artikel 2:73
Wet op het financieel toezicht
1. Een beheerder van een beleggingsinstelling of beleggingsinstelling met zetel in een aangewezen staat als bedoeld in artikel 2:66, eerste lid, die voornemens is in Nederland rechten van deelneming aan te bieden geeft de Autoriteit Financiële Markten daarvan kennis en legt daarbij een verklaring van ondertoezichtstelling over, afgegeven door de toezichthoudende instantie van die aangewezen staat.
2. De beheerder van een beleggingsinstelling of beleggingsinstelling kan acht weken na de in het eerste lid bedoelde kennisgeving aanvangen met het aanbieden van rechten van deelneming in Nederland, tenzij de Autoriteit Financiële Markten voor het verstrijken van die acht weken heeft bekendgemaakt dat het voornemen of de beoogde wijze van verhandeling niet in overeenstemming is met toepasselijke Nederlandse wettelijke bepalingen.
3. Artikel 2:69is van overeenkomstige toepassing op een beheerder van een beleggingsinstelling met zetel in een aangewezen staat indien de beheerder nog niet het voornemen aan de Autoriteit Financiële Markten heeft medegedeeld om rechten van deelneming in de desbetreffende beleggingsinstelling in Nederland aan te bieden.
2. De beheerder van een beleggingsinstelling of beleggingsinstelling kan acht weken na de in het eerste lid bedoelde kennisgeving aanvangen met het aanbieden van rechten van deelneming in Nederland, tenzij de Autoriteit Financiële Markten voor het verstrijken van die acht weken heeft bekendgemaakt dat het voornemen of de beoogde wijze van verhandeling niet in overeenstemming is met toepasselijke Nederlandse wettelijke bepalingen.
3. Artikel 2:69is van overeenkomstige toepassing op een beheerder van een beleggingsinstelling met zetel in een aangewezen staat indien de beheerder nog niet het voornemen aan de Autoriteit Financiële Markten heeft medegedeeld om rechten van deelneming in de desbetreffende beleggingsinstelling in Nederland aan te bieden.