BWBR0020368
Geldig vanaf 2015-11-11
Artikel 1:59
Wet op het financieel toezicht
1. Indien een beheerder van een belegginginstelling, beheerder van een icbe, beleggingsonderneming, bemiddelaar in verzekeringen, betaalinstelling, elektronischgeldinstelling, herverzekeraar, herverzekeringsbemiddelaar, bank, levensverzekeraar, premiepensioeninstelling of schadeverzekeraar met zetel in Nederland die vanuit een bijkantoor in een andere lidstaat zijn onderscheidenlijk haar bedrijf uitoefent of financiële diensten verleent dan wel diensten verricht naar een andere lidstaat niet voldoet aan in die andere lidstaat geldende wettelijke voorschriften, geeft de toezichthouder na daartoe een kennisgeving van de toezichthoudende instantie van die andere lidstaat te hebben ontvangen, zo spoedig mogelijk een aanwijzing aan de betrokken beheerder van een belegginginstelling, beheerder van een icbe, beleggingsonderneming, bemiddelaar in verzekeringen, betaalinstelling, elektronischgeldinstelling, herverzekeraar, herverzekeringsbemiddelaar, bank, levensverzekeraar, premiepensioeninstelling of schadeverzekeraar om binnen een door de toezichthouder gestelde redelijke termijn de in de aanwijzingsbeschikking bepaalde gedragslijn te volgen, ten einde de strijdigheid met de in die andere lidstaat geldende wettelijke voorschriften te beëindigen.
2. Indien niet of onvoldoende gevolg is gegeven aan de aanwijzing, kan de toezichthouder, na die toezichthoudende instantie daarvan in kennis te hebben gesteld, het besluit nemen dat de betrokken beheerder van een beleggingsinstelling, beheerder van een icbe, beleggingsonderneming, bemiddelaar in verzekeringen, betaalinstelling, elektronischgeldinstelling, herverzekeraar, herverzekeringsbemiddelaar, bank, levensverzekeraar, premiepensioeninstelling of schadeverzekeraar geen nieuwe overeenkomsten mag afsluiten respectievelijk niet meer mag bemiddelen in die andere lidstaat.
3. De toezichthouder doet aan de toezichthoudende instantie van de andere lidstaat zo spoedig mogelijk mededeling van de maatregelen genomen op grond van het eerste of tweede lid.
4. Het eerste tot en met derde lid zijn van overeenkomstige toepassing indien er een wezenlijk risico bestaat dat een bank als bedoeld in het eerste lid niet langer zal voldoen aan de wettelijke voorschriften, bedoeld in dat lid.
5. Het eerste tot en met derde lid zijn van overeenkomstige toepassing ten aanzien van betaaldienstagenten.
2. Indien niet of onvoldoende gevolg is gegeven aan de aanwijzing, kan de toezichthouder, na die toezichthoudende instantie daarvan in kennis te hebben gesteld, het besluit nemen dat de betrokken beheerder van een beleggingsinstelling, beheerder van een icbe, beleggingsonderneming, bemiddelaar in verzekeringen, betaalinstelling, elektronischgeldinstelling, herverzekeraar, herverzekeringsbemiddelaar, bank, levensverzekeraar, premiepensioeninstelling of schadeverzekeraar geen nieuwe overeenkomsten mag afsluiten respectievelijk niet meer mag bemiddelen in die andere lidstaat.
3. De toezichthouder doet aan de toezichthoudende instantie van de andere lidstaat zo spoedig mogelijk mededeling van de maatregelen genomen op grond van het eerste of tweede lid.
4. Het eerste tot en met derde lid zijn van overeenkomstige toepassing indien er een wezenlijk risico bestaat dat een bank als bedoeld in het eerste lid niet langer zal voldoen aan de wettelijke voorschriften, bedoeld in dat lid.
5. Het eerste tot en met derde lid zijn van overeenkomstige toepassing ten aanzien van betaaldienstagenten.