BWBR0020368
Geldig vanaf 2015-11-11
Artikel 3a:122
Wet op het financieel toezicht
1. De Nederlandsche Bank kan een overeenkomst waarbij de entiteit in afwikkeling partij is, beëindigen of wijzigen, alsmede de verkrijger in de plaats stellen van de entiteit in afwikkeling als partij bij een overeenkomst.
2. De Nederlandsche Bank kan de looptijd van een door de entiteit in afwikkeling uitgegeven schuldinstrumenten en andere in aanmerking komende passiva wijzigen en het bedrag van de in het kader van dergelijke instrumenten en andere in aanmerking komende passiva verschuldigde rente of de datum waarop de rente moet worden betaald wijzigen, daaronder begrepen de verplichting tot betaling van rente opschorten. Dit is niet van toepassing op schuldinstrumenten en andere passiva die op grond van artikel 3A:94zijn uitgesloten van bail-in.
3. De Nederlandsche Bank kan bij de toepassing van een afwikkelingsmaatregel bepalen dat eigendomsinstrumenten, activa of passiva vrij van enige bezwaring of aansprakelijkheid overgaan.
4. Artikel 3A:100is van overeenkomstige toepassing.
2. De Nederlandsche Bank kan de looptijd van een door de entiteit in afwikkeling uitgegeven schuldinstrumenten en andere in aanmerking komende passiva wijzigen en het bedrag van de in het kader van dergelijke instrumenten en andere in aanmerking komende passiva verschuldigde rente of de datum waarop de rente moet worden betaald wijzigen, daaronder begrepen de verplichting tot betaling van rente opschorten. Dit is niet van toepassing op schuldinstrumenten en andere passiva die op grond van artikel 3A:94zijn uitgesloten van bail-in.
3. De Nederlandsche Bank kan bij de toepassing van een afwikkelingsmaatregel bepalen dat eigendomsinstrumenten, activa of passiva vrij van enige bezwaring of aansprakelijkheid overgaan.
4. Artikel 3A:100is van overeenkomstige toepassing.