BWBR0020368
Geldig vanaf 2015-11-11
Artikel 2:101
Wet op het financieel toezicht
1. Een beleggingsonderneming met zetel in een andere lidstaat kan overgaan tot het vanuit een in Nederland gelegen bijkantoor verlenen van beleggingsdiensten of verrichten van beleggingsactiviteiten twee maanden na de mededeling van de toezichthoudende instantie van de andere lidstaat, bedoeld in artikel 2:100, eerste lid, of onmiddellijk na ontvangst van het bericht, bedoeld in artikel 2:100, tweede lid.
2. Het eerste lid is niet van toepassing op beleggingsondernemingen met zetel in een andere lidstaat, voorzover het aan hen ingevolge afdeling 2.2.2of 3.4.1is toegestaan beleggingsdiensten te verlenen of beleggingsactiviteiten te verrichten vanuit een in Nederland gelegen bijkantoor.
3. Het eerste lid is niet van toepassing op beleggingsondernemingen die hebben voldaan aan artikel 2:71, eerste lid.
2. Het eerste lid is niet van toepassing op beleggingsondernemingen met zetel in een andere lidstaat, voorzover het aan hen ingevolge afdeling 2.2.2of 3.4.1is toegestaan beleggingsdiensten te verlenen of beleggingsactiviteiten te verrichten vanuit een in Nederland gelegen bijkantoor.
3. Het eerste lid is niet van toepassing op beleggingsondernemingen die hebben voldaan aan artikel 2:71, eerste lid.