BWBR0020368
Geldig vanaf 2015-11-11
Artikel 6:3
Wet op het financieel toezicht
1. Onze Minister stelt, indien hij voornemens is een besluit als bedoeld in artikel 6:1of 6:2te nemen, de Autoriteit Financiële Markten van dat voornemen in kennis. Voorts stelt hij de Autoriteit Financiële Markten onmiddellijk in kennis van een op grond van artikel 6:1of 6:2genomen besluit.
2. Indien de Autoriteit Financiële Markten kennisgeving ontvangt van een besluit tot onteigening van effecten die zijn toegelaten tot de handel op een in Nederland gelegen of functionerende gereglementeerde markt, een in Nederland geëxploiteerde georganiseerde handelsfaciliteit of multilaterale handelsfaciliteit, verplicht zij door middel van een aanwijzing degene die het handelsplatform exploiteert of de in artikel 1:77d, eerste lid, bedoelde beleggingsonderneming met systematische interne afhandeling om de handel in die effecten, alsmede de handel in daaraan gerelateerde financiële instrumenten, op te schorten of te onderbreken en de handel in onteigende effecten of in certificaten van onteigende aandelen tot een door de Autoriteit Financiële Markten nader te bepalen tijdstip niet meer te hervatten.
3. Voor de toepassing van het tweede lid worden met effecten die zijn toegelaten tot de handel op een in Nederland gelegen of functionerende gereglementeerde markt of een in Nederland geëxploiteerde multilaterale handelsfaciliteit gelijkgesteld effecten ten aanzien waarvan in Nederland systematische interne afhandeling plaatsvindt.
2. Indien de Autoriteit Financiële Markten kennisgeving ontvangt van een besluit tot onteigening van effecten die zijn toegelaten tot de handel op een in Nederland gelegen of functionerende gereglementeerde markt, een in Nederland geëxploiteerde georganiseerde handelsfaciliteit of multilaterale handelsfaciliteit, verplicht zij door middel van een aanwijzing degene die het handelsplatform exploiteert of de in artikel 1:77d, eerste lid, bedoelde beleggingsonderneming met systematische interne afhandeling om de handel in die effecten, alsmede de handel in daaraan gerelateerde financiële instrumenten, op te schorten of te onderbreken en de handel in onteigende effecten of in certificaten van onteigende aandelen tot een door de Autoriteit Financiële Markten nader te bepalen tijdstip niet meer te hervatten.
3. Voor de toepassing van het tweede lid worden met effecten die zijn toegelaten tot de handel op een in Nederland gelegen of functionerende gereglementeerde markt of een in Nederland geëxploiteerde multilaterale handelsfaciliteit gelijkgesteld effecten ten aanzien waarvan in Nederland systematische interne afhandeling plaatsvindt.