BWBR0020368
Geldig vanaf 2015-11-11
Artikel 1:52
Wet op het financieel toezicht
1. De toezichthouder kan ten behoeve van de uitvoering van zijn taak op grond van deze paragraaf van een ieder inlichtingen vorderen, indien dat voor de vervulling van de taak van een toezichthoudende instantie in een andere lidstaat nodig is.
2. De <a href="/wet/BWBR0005537/artikel/5:13" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikelen 5:13</a>en <a href="/wet/BWBR0005537/artikel/5:20" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">5:20, eerste en tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht</a>zijn van overeenkomstige toepassing.
3. De toezichthouder is bevoegd tot overeenkomstige toepassing van <a href="/wet/BWBR0005537/artikel/5:20" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 5:20, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht</a>ten aanzien van de in het eerste lid bedoelde taak.
2. De <a href="/wet/BWBR0005537/artikel/5:13" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikelen 5:13</a>en <a href="/wet/BWBR0005537/artikel/5:20" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">5:20, eerste en tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht</a>zijn van overeenkomstige toepassing.
3. De toezichthouder is bevoegd tot overeenkomstige toepassing van <a href="/wet/BWBR0005537/artikel/5:20" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 5:20, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht</a>ten aanzien van de in het eerste lid bedoelde taak.