BWBR0020368
Geldig vanaf 2015-11-11
Artikel 1:58f
Wet op het financieel toezicht
1. Indien een kredietservicer met zetel in een andere lidstaat die vanuit een in Nederland gelegen bijkantoor of door middel van het verrichten van diensten naar Nederland, zijn bedrijf uitoefent niet voldoet aan de op grond van het Deel Gedragstoezicht financiële ondernemingen opgelegde verplichtingen, stelt de Autoriteit Financiële Markten de toezichthoudende instantie van de lidstaat van de zetel van de kredietservicer daarvan in kennis met het verzoek passende maatregelen te treffen.
2. De Autoriteit Financiële Markten kan, onverminderd de artikelen 1:79en 1:80, en na de toezichthoudende instantie van de lidstaat van de zetel van de kredietservicer daarvan in kennis te hebben gesteld, het besluit nemen dat de betrokken kredietservicer niet langer niet-renderende kredietovereenkomsten mag servicen in Nederland, indien deze niet voldoet aan hetgeen bij of krachtens deze wet is bepaald:
a. in weerwil van de maatregelen, getroffen door de toezichthoudende instantie van de lidstaat van de zetel van de kredietservicer;
b. in het geval de kredietservicer geen passende en doeltreffende stappen heeft ondernomen om de inbreuk binnen een redelijke termijn recht te zetten; of
c. in het geval onmiddellijke actie noodzakelijk is om een ernstige bedreiging van de collectieve belangen van de kredietnemers het hoofd te bieden.
3. De Autoriteit Financiële Markten kan een kredietservicer als bedoeld in het eerste lid een verbod opleggen met betrekking tot het verrichten van kredietservicingactiviteiten, indien hij inbreuk heeft gepleegd op de in dat lid bedoelde verplichtingen, totdat de toezichthoudende instantie van de lidstaat van de zetel van de kredietservicer een passend besluit heeft genomen of de kredietservicer maatregelen heeft getroffen om die inbreuk te verhelpen.
2. De Autoriteit Financiële Markten kan, onverminderd de artikelen 1:79en 1:80, en na de toezichthoudende instantie van de lidstaat van de zetel van de kredietservicer daarvan in kennis te hebben gesteld, het besluit nemen dat de betrokken kredietservicer niet langer niet-renderende kredietovereenkomsten mag servicen in Nederland, indien deze niet voldoet aan hetgeen bij of krachtens deze wet is bepaald:
a. in weerwil van de maatregelen, getroffen door de toezichthoudende instantie van de lidstaat van de zetel van de kredietservicer;
b. in het geval de kredietservicer geen passende en doeltreffende stappen heeft ondernomen om de inbreuk binnen een redelijke termijn recht te zetten; of
c. in het geval onmiddellijke actie noodzakelijk is om een ernstige bedreiging van de collectieve belangen van de kredietnemers het hoofd te bieden.
3. De Autoriteit Financiële Markten kan een kredietservicer als bedoeld in het eerste lid een verbod opleggen met betrekking tot het verrichten van kredietservicingactiviteiten, indien hij inbreuk heeft gepleegd op de in dat lid bedoelde verplichtingen, totdat de toezichthoudende instantie van de lidstaat van de zetel van de kredietservicer een passend besluit heeft genomen of de kredietservicer maatregelen heeft getroffen om die inbreuk te verhelpen.