BWBR0020368
Geldig vanaf 2015-11-11
Artikel 3:33c
Wet op het financieel toezicht
1. Een bank of clearinginstelling die optreedt als tussenpersoon in de zin van <a href="/wet/BWBR0003109" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">hoofdstuk 3b van de Wet giraal effectenverkeer</a>draagt zorg voor een adequate administratie van het derivatenvermogen, zodanig dat aan <a href="/wet/BWBR0003109/artikel/49g" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 49g, tweede lid van die wet</a>wordt voldaan.
2. Ter voldoening van het eerste lid wordt de administratie op zodanige wijze gevoerd en worden de boeken, bescheiden en andere gegevensdragers op zodanige wijze bewaard dat in elk geval te allen tijde op eenvoudige wijze de rechten en verplichtingen die deel uitmaken van het derivatenvermogen en van de daarmee samenhangende cliëntposities kunnen worden gekend.
2. Ter voldoening van het eerste lid wordt de administratie op zodanige wijze gevoerd en worden de boeken, bescheiden en andere gegevensdragers op zodanige wijze bewaard dat in elk geval te allen tijde op eenvoudige wijze de rechten en verplichtingen die deel uitmaken van het derivatenvermogen en van de daarmee samenhangende cliëntposities kunnen worden gekend.