BWBR0020368
Geldig vanaf 2015-11-11
Artikel 3:9a
Wet op het financieel toezicht
1. De uiteindelijk belanghebbende van een wisselinstelling met zetel in Nederland is, gelet op zijn reputatie, geschikt en zijn betrouwbaarheid staat buiten twijfel.
2. De betrouwbaarheid van een persoon als bedoeld in het eerste lid staat buiten twijfel wanneer dat eenmaal door een toezichthouder voor de toepassing van deze wet, de <a href="/wet/BWBR0041583" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Wet toezicht trustkantoren 2018</a>dan wel de <a href="/wet/BWBR0024282" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme</a>is vastgesteld, zolang niet een wijziging in de relevante feiten of omstandigheden een redelijke aanleiding geeft tot een nieuwe beoordeling.
3. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot de wijze waarop wordt vastgesteld of de betrouwbaarheid van een persoon als bedoeld in het eerste lid buiten twijfel staat en welke feiten en omstandigheden daarbij in aanmerking worden genomen alsmede met betrekking tot de misdrijven die, indien begaan door die persoon, met het oog op de belangen die de wet beoogt te beschermen, tot de vaststelling leiden dat de betrouwbaarheid van die persoon niet buiten twijfel staat.
4. In dit artikel wordt verstaan onder uiteindelijk belanghebbende: uiteindelijk belanghebbende als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0024282/artikel/10a" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 10a, eerste lid, van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme</a>.
2. De betrouwbaarheid van een persoon als bedoeld in het eerste lid staat buiten twijfel wanneer dat eenmaal door een toezichthouder voor de toepassing van deze wet, de <a href="/wet/BWBR0041583" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Wet toezicht trustkantoren 2018</a>dan wel de <a href="/wet/BWBR0024282" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme</a>is vastgesteld, zolang niet een wijziging in de relevante feiten of omstandigheden een redelijke aanleiding geeft tot een nieuwe beoordeling.
3. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot de wijze waarop wordt vastgesteld of de betrouwbaarheid van een persoon als bedoeld in het eerste lid buiten twijfel staat en welke feiten en omstandigheden daarbij in aanmerking worden genomen alsmede met betrekking tot de misdrijven die, indien begaan door die persoon, met het oog op de belangen die de wet beoogt te beschermen, tot de vaststelling leiden dat de betrouwbaarheid van die persoon niet buiten twijfel staat.
4. In dit artikel wordt verstaan onder uiteindelijk belanghebbende: uiteindelijk belanghebbende als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0024282/artikel/10a" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 10a, eerste lid, van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme</a>.