BWBR0018831
Geldig vanaf 2023-06-03
Artikel 2
Wet verplichte beroepspensioenregeling
1. Een uitkering voor een gemoedsbezwaarde als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0017745/artikel/64" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 64, eerste lid, onderdeel a, van de Wet financiering sociale verzekeringen</a>is geen pensioen in de zin van deze wet.
2. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld op grond waarvan aanvullingen op een loonaanvullingsuitkering of een vervolguitkering als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0019057/artikel/60" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 60, eerste lid, van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen</a>die geen arbeidsongeschiktheidspensioen zijn als bedoeld in artikel 1worden aangemerkt als arbeidsongeschiktheidspensioen als bedoeld in dat artikel.
3. De voordracht voor een krachtens het tweede lid vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd.
4. Waar in deze wet sprake is van de Nederlandse sociale en arbeidswetgeving betreft dit in ieder geval de artikelen 1, 2, 2a, 19 tot en met 23, 28 tot en met 39, 44, 45, 48 tot en met 64, 66 tot en met 103en 105.
5. Een nettolijfrente als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0011353/artikel/5.16" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 5.16, tweede lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001</a>is geen pensioen in de zin van deze wet.
6. Voor de toepassing van de artikelen 75c, 132, derde lid, onderdeel a, 143a, 144en 145, onderdeel b, wordt, voor zover het gaat om verzekeren bij een verzekeraar, onder verzekeraar mede verstaan een herverzekeraar als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0020368/artikel/1:1" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht</a>.
2. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld op grond waarvan aanvullingen op een loonaanvullingsuitkering of een vervolguitkering als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0019057/artikel/60" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 60, eerste lid, van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen</a>die geen arbeidsongeschiktheidspensioen zijn als bedoeld in artikel 1worden aangemerkt als arbeidsongeschiktheidspensioen als bedoeld in dat artikel.
3. De voordracht voor een krachtens het tweede lid vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd.
4. Waar in deze wet sprake is van de Nederlandse sociale en arbeidswetgeving betreft dit in ieder geval de artikelen 1, 2, 2a, 19 tot en met 23, 28 tot en met 39, 44, 45, 48 tot en met 64, 66 tot en met 103en 105.
5. Een nettolijfrente als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0011353/artikel/5.16" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 5.16, tweede lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001</a>is geen pensioen in de zin van deze wet.
6. Voor de toepassing van de artikelen 75c, 132, derde lid, onderdeel a, 143a, 144en 145, onderdeel b, wordt, voor zover het gaat om verzekeren bij een verzekeraar, onder verzekeraar mede verstaan een herverzekeraar als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0020368/artikel/1:1" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht</a>.