BWBR0020368
Geldig vanaf 2015-11-11
Artikel 2:102a
Wet op het financieel toezicht
De artikelen 2:100, eerste en tweede lid, en 2:102, eerste lid, zijn van overeenkomstige toepassing op beleggingsondernemingen met zetel in een staat waarvan de wetgeving en het toezicht als gelijkwaardig zijn erkend door de Europese Commissie in overeenstemming met artikel 47, eerste lid, van de verordening markten voor financiële instrumenten en met bijkantoor gelegen in een andere lidstaat waaraan een vergunning als bedoeld in artikel 39 van de richtlijn markten voor financiële instrumenten 2014 is verleend door de toezichthoudende instantie van die lidstaat, die voornemens zijn voor de eerste maal vanuit dat bijkantoor door middel van het verrichten van diensten naar Nederland beleggingsdiensten te verlenen aan of beleggingsactiviteiten te verrichten voor in aanmerking komende tegenpartijen of professionele beleggers in de zin van bijlage II, afdeling I, van de richtlijn markten voor financiële instrumenten 2014.