BWBR0020368
Geldig vanaf 2015-11-11
Artikel 2:70a
Wet op het financieel toezicht
1. Een buitenlandse beheerder van een beleggingsinstelling welke beheerder een andere lidstaat als referentielidstaat heeft, kan overgaan tot het voor de eerste maal beheren van een Nederlandse beleggingsinstelling, door middel van het verrichten van diensten of door middel van een in de andere lidstaat gelegen bijkantoor, of het in Nederland aanbieden van rechten van deelneming aan professionele beleggers, in een door hem beheerde beleggingsinstelling met zetel in een andere lidstaat onmiddellijk na ontvangst van de mededeling van de toezichthoudende instantie van de lidstaat van zijn herkomst dat zij de informatie, verstrekt op grond van de artikelen 39 en 40 van de richtlijn beheerders van alternatieve beleggingsinstellingen, aan de Autoriteit Financiële Markten heeft verzonden.
2. Een buitenlandse beheerder van een beleggingsinstelling welke beheerder zetel heeft in een andere lidstaat, kan overgaan tot het in Nederland aanbieden van rechten van deelneming aan professionele beleggers, in een door hem beheerde beleggingsinstelling met zetel in een staat die geen lidstaat is of in een door hem beheerde feeder-beleggingsinstelling met zetel in een lidstaat met een niet-Europese master-beleggingsinstelling of met een Europese master-beleggingsinstelling die niet wordt beheerd door een vergunninghoudende Europese beheerder onmiddellijk na ontvangst van de mededeling van de toezichthoudende instantie van de lidstaat van zijn herkomst dat zij de informatie, verstrekt op grond van artikel 35 van de richtlijn beheerders van alternatieve beleggingsinstellingen, aan de Autoriteit Financiële Markten heeft verzonden.
3. Een beheerder als bedoeld in het eerste of tweede lid kan overgaan tot het in Nederland aanbieden van rechten van deelneming aan niet-professionele beleggers indien hij voldoet aan de voorwaarden in het eerste en tweede lid en de beheerder een melding heeft gedaan aan de Autoriteit Financiële Markten dat hij voornemens is aan niet-professionele beleggers aan te bieden.
2. Een buitenlandse beheerder van een beleggingsinstelling welke beheerder zetel heeft in een andere lidstaat, kan overgaan tot het in Nederland aanbieden van rechten van deelneming aan professionele beleggers, in een door hem beheerde beleggingsinstelling met zetel in een staat die geen lidstaat is of in een door hem beheerde feeder-beleggingsinstelling met zetel in een lidstaat met een niet-Europese master-beleggingsinstelling of met een Europese master-beleggingsinstelling die niet wordt beheerd door een vergunninghoudende Europese beheerder onmiddellijk na ontvangst van de mededeling van de toezichthoudende instantie van de lidstaat van zijn herkomst dat zij de informatie, verstrekt op grond van artikel 35 van de richtlijn beheerders van alternatieve beleggingsinstellingen, aan de Autoriteit Financiële Markten heeft verzonden.
3. Een beheerder als bedoeld in het eerste of tweede lid kan overgaan tot het in Nederland aanbieden van rechten van deelneming aan niet-professionele beleggers indien hij voldoet aan de voorwaarden in het eerste en tweede lid en de beheerder een melding heeft gedaan aan de Autoriteit Financiële Markten dat hij voornemens is aan niet-professionele beleggers aan te bieden.