BWBR0020368
Geldig vanaf 2015-11-11
Artikel 4:71.0a
Wet op het financieel toezicht
1. Een aanbieder van een uitkeringsproduct biedt de consument de mogelijkheid om uiterlijk op de ingangsdatum van de periodieke uitkeringen voortvloeiend uit een lijfrenteverzekering, lijfrenterekening of lijfrentebeleggingsrecht als bedoeld in de <a href="/wet/BWBR0011353/artikel/3.125" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikelen 3.125, eerste lid, onderdelen a of c</a>, of <a href="/wet/BWBR0011353/artikel/3.126a" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">3.126a, vierde lid, aanhef en onderdeel a, onder 1°, 2° of 3°, van de Wet inkomstenbelasting 2001</a>de keuze te maken om een deel van de aanspraak op die uitkeringen als bedrag ineens uit te laten keren, waarbij wordt voldaan aan <a href="/wet/BWBR0011353/artikel/3.133" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 3.133, elfde en twaalfde lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001</a>.
2. Onder een uitkeringsproduct als bedoeld in het eerste lid wordt verstaan een product waarbij het bedrag dat is opgebouwd door middel van een lijfrenteverzekering, lijfrenterekening of lijfrentebeleggingsrecht als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0011353/artikel/3.125" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikelen 3.125, eerste lid, onderdeel a of c</a>, of <a href="/wet/BWBR0011353/artikel/3.126a" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">3.126a, vierde lid, aanhef en onderdeel a, onder 1°, 2° of 3°, van de Wet inkomstenbelasting 2001</a>periodiek wordt uitgekeerd aan de consument.
3. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op opgebouwde aanspraken op periodieke uitkeringen voortvloeiend uit nettolijfrenten als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0011353/artikel/5.16" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 5.16 van de Wet inkomstenbelasting 2001</a>voor zover sprake is van een lijfrenteverzekering, lijfrenterekening of lijfrentebeleggingsrecht als bedoeld in de <a href="/wet/BWBR0011353/artikel/3.125" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikelen 3.125, eerste lid, aanhef en onderdelen a of c</a>, of <a href="/wet/BWBR0011353/artikel/3.126a" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">3.126a, vierde lid, aanhef, onderdeel a, onder 1°, 2°, 3°, van de Wet inkomstenbelasting 2001</a>. In dat geval is <a href="/wet/BWBR0011353/artikel/3.133" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 3.133, elfde lid, onderdeel c, van de Wet inkomstenbelasting 2001</a>niet van toepassing.
2. Onder een uitkeringsproduct als bedoeld in het eerste lid wordt verstaan een product waarbij het bedrag dat is opgebouwd door middel van een lijfrenteverzekering, lijfrenterekening of lijfrentebeleggingsrecht als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0011353/artikel/3.125" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikelen 3.125, eerste lid, onderdeel a of c</a>, of <a href="/wet/BWBR0011353/artikel/3.126a" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">3.126a, vierde lid, aanhef en onderdeel a, onder 1°, 2° of 3°, van de Wet inkomstenbelasting 2001</a>periodiek wordt uitgekeerd aan de consument.
3. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op opgebouwde aanspraken op periodieke uitkeringen voortvloeiend uit nettolijfrenten als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0011353/artikel/5.16" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 5.16 van de Wet inkomstenbelasting 2001</a>voor zover sprake is van een lijfrenteverzekering, lijfrenterekening of lijfrentebeleggingsrecht als bedoeld in de <a href="/wet/BWBR0011353/artikel/3.125" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikelen 3.125, eerste lid, aanhef en onderdelen a of c</a>, of <a href="/wet/BWBR0011353/artikel/3.126a" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">3.126a, vierde lid, aanhef, onderdeel a, onder 1°, 2°, 3°, van de Wet inkomstenbelasting 2001</a>. In dat geval is <a href="/wet/BWBR0011353/artikel/3.133" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 3.133, elfde lid, onderdeel c, van de Wet inkomstenbelasting 2001</a>niet van toepassing.