BWBR0020368
Geldig vanaf 2015-11-11
Artikel 3:66
Wet op het financieel toezicht
1. In geval van veranderingen in de intensiteit van macroprudentieel risico of systeemrisico in het financiële stelsel met mogelijk ernstige gevolgen voor dat stelsel of de reële economie kan de Nederlandsche Bank ter uitvoering van artikel 458 van de verordening kapitaalvereisten in overleg met Onze Minister tijdelijk regels stellen. Deze regels kunnen mede strekken tot verhoging of aanvulling van de eisen, gesteld bij of krachtens de artikelen 3:17, eerste lid en tweede lid, onderdeel c, 3:57, 3:62aen 3:63.
2. De in het eerste lid bedoelde verplichting tot overleg met Onze Minister is niet van toepassing indien de Europese Centrale Bank de in dat lid genoemde bevoegdheid uitoefent.
3. De regels, bedoeld in het eerste lid, gelden voor de duur van ten hoogste twee jaar, met de mogelijkheid tot verlenging met telkens een jaar.
2. De in het eerste lid bedoelde verplichting tot overleg met Onze Minister is niet van toepassing indien de Europese Centrale Bank de in dat lid genoemde bevoegdheid uitoefent.
3. De regels, bedoeld in het eerste lid, gelden voor de duur van ten hoogste twee jaar, met de mogelijkheid tot verlenging met telkens een jaar.