BWBR0020368
Geldig vanaf 2015-11-11
Artikel 4:81c
Wet op het financieel toezicht
1. Een kredietservicer, of in voorkomend geval een kredietservicingaanbieder, behandelt kredietnemers te goeder trouw, eerlijk en professioneel en beschermt de privacy van kredietnemers.
2. Een kredietservicer, of in voorkomend geval een kredietservicingaanbieder, verstrekt aan kredietnemers geen informatie die misleidend, onduidelijk of onjuist is en communiceert met kredietnemers op een wijze die niet als intimidatie, dwang of ongepaste beïnvloeding kan worden aangemerkt.
2. Een kredietservicer, of in voorkomend geval een kredietservicingaanbieder, verstrekt aan kredietnemers geen informatie die misleidend, onduidelijk of onjuist is en communiceert met kredietnemers op een wijze die niet als intimidatie, dwang of ongepaste beïnvloeding kan worden aangemerkt.