BWBR0020368
Geldig vanaf 2015-11-11
Artikel 3a:91
Wet op het financieel toezicht
1. Nadat de Nederlandsche Bank een besluit als bedoeld in artikel 3A:85, 3A:86of 3A:87heeft genomen, draagt zij er zo spoedig mogelijk zorg voor dat door een onafhankelijke persoon een waardering wordt verricht teneinde te verifiëren of aan de voorwaarden, bedoeld in artikel 3A:88, eerste en tweede lidis voldaan.
2. Bij de waardering wordt bepaald:
a. welk verlies de houders van eigendomsinstrumenten en schuldeisers zouden hebben geleden, indien de betrokken entiteit onmiddellijk voorafgaand aan dat besluit in een faillissement zou zijn geliquideerd;
b. het daadwerkelijke verlies dat houders van eigendomsinstrumenten en schuldeisers hebben geleden als rechtstreeks en noodzakelijk gevolg van de toepassing van het afwikkelingsinstrument; en
c. of er sprake is van een verschil tussen de verliezen, bedoeld in de onderdelen a en b.
3. Bij de waardering wordt de waarde van de activa verminderd met van overheidswege verstrekte financiële steun.
4. Indien uit de waardering blijkt dat een houder van eigendomsinstrumenten of schuldeiser grotere verliezen heeft geleden dan hij zou hebben geleden in faillissement, kent de Nederlandsche Bank een vergoeding toe ter grootte van het verschil ten laste van de financieringsregeling, bedoeld in artikel 3A:138.
5. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot berekening van de verliezen, bedoeld in het tweede lid.
2. Bij de waardering wordt bepaald:
a. welk verlies de houders van eigendomsinstrumenten en schuldeisers zouden hebben geleden, indien de betrokken entiteit onmiddellijk voorafgaand aan dat besluit in een faillissement zou zijn geliquideerd;
b. het daadwerkelijke verlies dat houders van eigendomsinstrumenten en schuldeisers hebben geleden als rechtstreeks en noodzakelijk gevolg van de toepassing van het afwikkelingsinstrument; en
c. of er sprake is van een verschil tussen de verliezen, bedoeld in de onderdelen a en b.
3. Bij de waardering wordt de waarde van de activa verminderd met van overheidswege verstrekte financiële steun.
4. Indien uit de waardering blijkt dat een houder van eigendomsinstrumenten of schuldeiser grotere verliezen heeft geleden dan hij zou hebben geleden in faillissement, kent de Nederlandsche Bank een vergoeding toe ter grootte van het verschil ten laste van de financieringsregeling, bedoeld in artikel 3A:138.
5. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot berekening van de verliezen, bedoeld in het tweede lid.