BWBR0041636
Geldig vanaf 2019-06-01
Artikel 60
Dienst Buitenlandse Zaken Voorzieningenstelsel 2018
1. Voor een reis die in verband met een in artikel 57, eerste lid, bedoelde omstandigheid wordt gemaakt, worden aan de ambtenaar ten behoeve van hem en zijn gezinsleden waarvoor hij op grond van de artikelen 14en 15een verhoging van zijn standplaatstoelage ontvangt, waaronder begrepen het in artikel 59, derde lid, bedoelde kind, tickets verstrekt overeenkomstig de artikelen 6en 7 van de Regeling buitenlandse reizen BZ 2017voor het reistraject naar:
a. Nederland ingeval van overplaatsing van een post naar Nederland;
b. de volgende standplaats ingeval van overplaatsing van Nederland naar een post;
c. de volgende standplaats via Nederland ingeval van overplaatsing van een post naar een andere post, tenzij anders wordt beslist;
d. Nederland ingeval de plaatsing bij een post eindigt door beëindiging van het dienstverband, tenzij anders wordt beslist.
In het onder d bedoelde geval worden ten hoogste de kosten vergoed van een reis naar Nederland.
De reiskosten in het land van bestemming dan wel herkomst betrekking hebbend op het traject van en naar de luchthaven respectievelijk het station worden vergoed op basis van € 0,28 per kilometer als de reis met de auto wordt gemaakt dan wel van de werkelijke kosten als de reis op andere wijze wordt gemaakt, met dien verstande dat als Nederland het land van bestemming dan wel herkomst is vergoeding van die kosten binnen Nederland plaatsvindt overeenkomstig het Reisbesluit binnenland.
2. In afwijking van het eerste lid kan op verzoek van de ambtenaar of één van zijn in het eerste lid bedoelde gezinsleden de reis geheel met een auto worden gemaakt. In dat geval is artikel 26, vierde lid, van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat het aantal gereden kilometers dat voor vergoeding in aanmerking komt ten hoogste betreft het traject tussen:
a. indien de reis tussen de vorige standplaats en de volgende standplaats geheel per auto wordt afgelegd: de vorige en de volgende standplaats;
b. voor zover de reis tussen de vorige standplaats en Nederland per auto wordt afgelegd: de vorige standplaats en Den Haag;
c. voor zover de reis tussen Nederland en de volgende standplaats per auto wordt afgelegd: Den Haag en de volgende standplaats.
3. Indien de partner niet tot de huishouding van de ambtenaar op de standplaats behoort, maar wel tot zijn huishouding op de volgende standplaats zal gaan behoren, wordt ten behoeve van de partner overeenkomstig het eerste en tweede lid een ticket verstrekt, dan wel een vergoeding van reiskosten toegekend, tot ten hoogste het traject van Den Haag naar de volgende standplaats van de ambtenaar.
4. Indien een afhankelijk kind niet tot de huishouding van de ambtenaar op de standplaats behoort, maar wel tot zijn huishouding op de volgende standplaats zal gaan behoren, wordt ten behoeve van dat kind een ticket verstrekt, dan wel een vergoeding van reiskosten toegekend, tot ten hoogste het traject:
a. indien het kind onderwijs volgt buiten Nederland en de kosten van dat onderwijs op grond van deze regeling worden vergoed: van de verblijfplaats van het kind naar de volgende standplaats van de ambtenaar;
b. in overige gevallen: van Den Haag naar de volgende standplaats van de ambtenaar.
a. Nederland ingeval van overplaatsing van een post naar Nederland;
b. de volgende standplaats ingeval van overplaatsing van Nederland naar een post;
c. de volgende standplaats via Nederland ingeval van overplaatsing van een post naar een andere post, tenzij anders wordt beslist;
d. Nederland ingeval de plaatsing bij een post eindigt door beëindiging van het dienstverband, tenzij anders wordt beslist.
In het onder d bedoelde geval worden ten hoogste de kosten vergoed van een reis naar Nederland.
De reiskosten in het land van bestemming dan wel herkomst betrekking hebbend op het traject van en naar de luchthaven respectievelijk het station worden vergoed op basis van € 0,28 per kilometer als de reis met de auto wordt gemaakt dan wel van de werkelijke kosten als de reis op andere wijze wordt gemaakt, met dien verstande dat als Nederland het land van bestemming dan wel herkomst is vergoeding van die kosten binnen Nederland plaatsvindt overeenkomstig het Reisbesluit binnenland.
2. In afwijking van het eerste lid kan op verzoek van de ambtenaar of één van zijn in het eerste lid bedoelde gezinsleden de reis geheel met een auto worden gemaakt. In dat geval is artikel 26, vierde lid, van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat het aantal gereden kilometers dat voor vergoeding in aanmerking komt ten hoogste betreft het traject tussen:
a. indien de reis tussen de vorige standplaats en de volgende standplaats geheel per auto wordt afgelegd: de vorige en de volgende standplaats;
b. voor zover de reis tussen de vorige standplaats en Nederland per auto wordt afgelegd: de vorige standplaats en Den Haag;
c. voor zover de reis tussen Nederland en de volgende standplaats per auto wordt afgelegd: Den Haag en de volgende standplaats.
3. Indien de partner niet tot de huishouding van de ambtenaar op de standplaats behoort, maar wel tot zijn huishouding op de volgende standplaats zal gaan behoren, wordt ten behoeve van de partner overeenkomstig het eerste en tweede lid een ticket verstrekt, dan wel een vergoeding van reiskosten toegekend, tot ten hoogste het traject van Den Haag naar de volgende standplaats van de ambtenaar.
4. Indien een afhankelijk kind niet tot de huishouding van de ambtenaar op de standplaats behoort, maar wel tot zijn huishouding op de volgende standplaats zal gaan behoren, wordt ten behoeve van dat kind een ticket verstrekt, dan wel een vergoeding van reiskosten toegekend, tot ten hoogste het traject:
a. indien het kind onderwijs volgt buiten Nederland en de kosten van dat onderwijs op grond van deze regeling worden vergoed: van de verblijfplaats van het kind naar de volgende standplaats van de ambtenaar;
b. in overige gevallen: van Den Haag naar de volgende standplaats van de ambtenaar.