BWBR0038918
Geldig vanaf 2017-01-01
Artikel 7
Regeling buitenlandse reizen BZ 2017
1. Het bevoegd gezag beslist afhankelijk van de lokale omstandigheden of een buitenlandse reis van een uitgezonden ambtenaar of lokale werknemer die niet per openbaar vervoer kan of gelet op artikel 6, eerste lid, hoeft te worden afgelegd, per dienstvervoer, eigen vervoer of vliegtuig wordt gemaakt.
2. De betrokkene is voor reizen per vliegtuig gerechtigd om voor rijksrekening in de business klasse of vergelijkbare klasse te reizen indien de totale vliegtijd van een vlucht 6 uur of meer bedraagt en voor de reis een vervoersbewijs in die klasse beschikbaar is, indien het betreft:
a. een dienstreis;
b. een overplaatsingsreis van de ambtenaar die is geplaatst als hoofd van een post en de met hem meereizende gezinsleden indien het naar het oordeel van de regiodirecteur vanwege zeer bijzondere omstandigheden is gewenst in de business klasse te reizen: 1°. om protocollaire redenen;
2°. omdat de ambtenaar direct na aankomst op de standplaats zijn werkzaamheden op de post moet aanvangen;
1°. om protocollaire redenen;
2°. omdat de ambtenaar direct na aankomst op de standplaats zijn werkzaamheden op de post moet aanvangen;
c. een reis in het kader van bedrijfsgeneeskundige begeleiding indien reizen in de business klasse of vergelijkbare klasse naar het oordeel van het bevoegd gezag om medische redenen wenselijk is, of
d. een recuperatiereis van een standplaats met zone-indeling 14 of hoger dan wel een door de secretaris-generaal of HDPO aangewezen andere standplaats onder de daarbij vastgestelde voorwaarden.
3. In andere dan in het tweede lid genoemde gevallen is de betrokkene gerechtigd om voor rijksrekening in de economy of vergelijkbare klasse te reizen.
4. In afwijking van het derde lid is de betrokkene gerechtigd om voor rijksrekening voor een twaalfmaandelijkse verlofreis als bedoeld in artikel 26 van het DBZV 2018, een reis voor bedrijfsgeneeskundige begeleiding als bedoeld in artikel 30 van het DBZV 2018of een scholingsreis van Australië of Nieuw-Zeeland naar Nederland en voor een overplaatsingsreis als bedoeld in artikel 60 DBZV 2018indien de totale vliegtijd van een vlucht 21 uur of meer bedraagt, in de economy plus klasse of een vergelijkbare klasse te reizen dan wel in de economy klasse of vergelijkbare klasse met de mogelijkheid de vlucht tussentijds te onderbreken met één overnachting. Ingeval van een overnachting als bedoeld in de eerste volzin ontvangt de betrokkene een tegemoetkoming in de logieskosten overeenkomstig Bijlage I, behorende bij artikel 3, eerste lid, van de Reisregeling buitenland.
5. Indien de buitenlandse reis meer dan één vlucht omvat, wordt voor de toepassing van het tweede lid, de totale vliegtijd van de langste vlucht in aanmerking genomen.
6. Aan de betrokkene wordt een vervoersbewijs verstrekt. Met voorafgaande schriftelijke toestemming van het bevoegd gezag mag de betrokkene zelf een vervoersbewijs aanschaffen en worden hem de werkelijk gemaakte kosten vergoed, tot ten hoogste de kosten van een vervoersbewijs waarop hij op grond van het tweede, derde lid en vierde lid aanspraak kon maken.
7. Aan de betrokkene wordt, met inachtneming van het tweede tot en met vierde lid, een vervoersbewijs verstrekt of vergoed voor een rechtstreekse vlucht indien dat voor de reis beschikbaar is. Indien de vliegtijd van een rechtstreekse vlucht meer dan zes uur bedraagt, kan het bevoegd gezag, met inachtneming van het tweede tot en met vierde lid, hiervan afwijken indien de kosten van de niet-rechtstreekse vlucht minimaal € 350,– lager zijn dan die van de rechtstreekse vlucht en de reistijd ten opzichte van de rechtstreekse vlucht met ten hoogste vier uur toeneemt.
8. Het bevoegd gezag kan de betrokkene indien die in de economy klasse of een vergelijkbare klasse vliegt uit eigen beweging of indien de betrokkene daar gemotiveerd om verzoekt, toestaan kosten te declareren voor het gebruik van een business lounge op een vliegveld indien bijzondere redenen daartoe aanleiding geven.
9. De vervoersbewijzen voor twaalfmaandelijkse verlofreizen als bedoeld in artikel 26 van het DBZV 2018, herenigingsreizen van een partner als bedoeld in artikel 47, herenigingsreizen van een kind als bedoeld in artikel 48 van het DBZV 2018en de extra reizen van de alleenstaande ambtenaar als bedoeld in artikel 49 van het DBZV 2018worden door de betrokkene ten minste 12 weken voor aanvang van de reis aangevraagd dan wel met voorafgaande schriftelijke toestemming van het bevoegd gezag door hem zelf aangeschaft. Indien dit niet mogelijk is, verklaart de betrokkene schriftelijk tijdig en gemotiveerd aan het bevoegd gezag welke redenen daaraan ten grondslag liggen.
2. De betrokkene is voor reizen per vliegtuig gerechtigd om voor rijksrekening in de business klasse of vergelijkbare klasse te reizen indien de totale vliegtijd van een vlucht 6 uur of meer bedraagt en voor de reis een vervoersbewijs in die klasse beschikbaar is, indien het betreft:
a. een dienstreis;
b. een overplaatsingsreis van de ambtenaar die is geplaatst als hoofd van een post en de met hem meereizende gezinsleden indien het naar het oordeel van de regiodirecteur vanwege zeer bijzondere omstandigheden is gewenst in de business klasse te reizen: 1°. om protocollaire redenen;
2°. omdat de ambtenaar direct na aankomst op de standplaats zijn werkzaamheden op de post moet aanvangen;
1°. om protocollaire redenen;
2°. omdat de ambtenaar direct na aankomst op de standplaats zijn werkzaamheden op de post moet aanvangen;
c. een reis in het kader van bedrijfsgeneeskundige begeleiding indien reizen in de business klasse of vergelijkbare klasse naar het oordeel van het bevoegd gezag om medische redenen wenselijk is, of
d. een recuperatiereis van een standplaats met zone-indeling 14 of hoger dan wel een door de secretaris-generaal of HDPO aangewezen andere standplaats onder de daarbij vastgestelde voorwaarden.
3. In andere dan in het tweede lid genoemde gevallen is de betrokkene gerechtigd om voor rijksrekening in de economy of vergelijkbare klasse te reizen.
4. In afwijking van het derde lid is de betrokkene gerechtigd om voor rijksrekening voor een twaalfmaandelijkse verlofreis als bedoeld in artikel 26 van het DBZV 2018, een reis voor bedrijfsgeneeskundige begeleiding als bedoeld in artikel 30 van het DBZV 2018of een scholingsreis van Australië of Nieuw-Zeeland naar Nederland en voor een overplaatsingsreis als bedoeld in artikel 60 DBZV 2018indien de totale vliegtijd van een vlucht 21 uur of meer bedraagt, in de economy plus klasse of een vergelijkbare klasse te reizen dan wel in de economy klasse of vergelijkbare klasse met de mogelijkheid de vlucht tussentijds te onderbreken met één overnachting. Ingeval van een overnachting als bedoeld in de eerste volzin ontvangt de betrokkene een tegemoetkoming in de logieskosten overeenkomstig Bijlage I, behorende bij artikel 3, eerste lid, van de Reisregeling buitenland.
5. Indien de buitenlandse reis meer dan één vlucht omvat, wordt voor de toepassing van het tweede lid, de totale vliegtijd van de langste vlucht in aanmerking genomen.
6. Aan de betrokkene wordt een vervoersbewijs verstrekt. Met voorafgaande schriftelijke toestemming van het bevoegd gezag mag de betrokkene zelf een vervoersbewijs aanschaffen en worden hem de werkelijk gemaakte kosten vergoed, tot ten hoogste de kosten van een vervoersbewijs waarop hij op grond van het tweede, derde lid en vierde lid aanspraak kon maken.
7. Aan de betrokkene wordt, met inachtneming van het tweede tot en met vierde lid, een vervoersbewijs verstrekt of vergoed voor een rechtstreekse vlucht indien dat voor de reis beschikbaar is. Indien de vliegtijd van een rechtstreekse vlucht meer dan zes uur bedraagt, kan het bevoegd gezag, met inachtneming van het tweede tot en met vierde lid, hiervan afwijken indien de kosten van de niet-rechtstreekse vlucht minimaal € 350,– lager zijn dan die van de rechtstreekse vlucht en de reistijd ten opzichte van de rechtstreekse vlucht met ten hoogste vier uur toeneemt.
8. Het bevoegd gezag kan de betrokkene indien die in de economy klasse of een vergelijkbare klasse vliegt uit eigen beweging of indien de betrokkene daar gemotiveerd om verzoekt, toestaan kosten te declareren voor het gebruik van een business lounge op een vliegveld indien bijzondere redenen daartoe aanleiding geven.
9. De vervoersbewijzen voor twaalfmaandelijkse verlofreizen als bedoeld in artikel 26 van het DBZV 2018, herenigingsreizen van een partner als bedoeld in artikel 47, herenigingsreizen van een kind als bedoeld in artikel 48 van het DBZV 2018en de extra reizen van de alleenstaande ambtenaar als bedoeld in artikel 49 van het DBZV 2018worden door de betrokkene ten minste 12 weken voor aanvang van de reis aangevraagd dan wel met voorafgaande schriftelijke toestemming van het bevoegd gezag door hem zelf aangeschaft. Indien dit niet mogelijk is, verklaart de betrokkene schriftelijk tijdig en gemotiveerd aan het bevoegd gezag welke redenen daaraan ten grondslag liggen.