BWBR0041636
Geldig vanaf 2019-06-01
Artikel 4
Dienst Buitenlandse Zaken Voorzieningenstelsel 2018
1. a. De aanspraak op de in dit hoofdstuk bedoelde voorzieningen gaat in op de dag waarop de ambtenaar zijn werkzaamheden bij de post aanvangt en eindigt op de dag waarop hij zijn werkzaamheden bij de post beëindigt, tenzij anders is bepaald.
b. Indien tussen de dag van eerste aankomst op respectievelijk definitief vertrek van de standplaats en de dag waarop de ambtenaar zijn werkzaamheden bij de post aanvangt respectievelijk beëindigt een aaneengesloten periode is gelegen waarin de post voor het publiek is gesloten, vangt de onder a bedoelde aanspraak aan respectievelijk eindigt de onder a bedoelde aanspraak op de dag van eerste aankomst op respectievelijk definitief vertrek van de standplaats.
2. a. De aanspraak op de in de artikelen 21 tot en met 25, 45, 46 en 48 en 51 tot en met 54 bedoelde voorzieningen gaat bij een overplaatsing vanuit Nederland in op een naar billijkheid vast te stellen datum. Deze datum is op zijn vroegst 91 dagen gelegen voor de dag waarop de ambtenaar zijn werkzaamheden bij de post aanvangt.
b. De onder a bedoelde aanspraak loopt door bij een overplaatsing naar een andere post en eindigt bij een overplaatsing naar Nederland en bij beëindiging van het dienstverband. De dag waarop de aanspraak eindigt wordt, tenzij in deze regeling anders is bepaald, daarbij vastgesteld op: 1°. indien het afhankelijk kind primair Nederlandstalig onderwijs volgt: de dag waarop de ambtenaar zijn werkzaamheden bij de post beëindigt;
2°. in overige gevallen: de dag volgend op het einde van het semester waarin de ambtenaar zijn werkzaamheden bij de post beëindigt.
1°. indien het afhankelijk kind primair Nederlandstalig onderwijs volgt: de dag waarop de ambtenaar zijn werkzaamheden bij de post beëindigt;
2°. in overige gevallen: de dag volgend op het einde van het semester waarin de ambtenaar zijn werkzaamheden bij de post beëindigt.
b. Indien tussen de dag van eerste aankomst op respectievelijk definitief vertrek van de standplaats en de dag waarop de ambtenaar zijn werkzaamheden bij de post aanvangt respectievelijk beëindigt een aaneengesloten periode is gelegen waarin de post voor het publiek is gesloten, vangt de onder a bedoelde aanspraak aan respectievelijk eindigt de onder a bedoelde aanspraak op de dag van eerste aankomst op respectievelijk definitief vertrek van de standplaats.
2. a. De aanspraak op de in de artikelen 21 tot en met 25, 45, 46 en 48 en 51 tot en met 54 bedoelde voorzieningen gaat bij een overplaatsing vanuit Nederland in op een naar billijkheid vast te stellen datum. Deze datum is op zijn vroegst 91 dagen gelegen voor de dag waarop de ambtenaar zijn werkzaamheden bij de post aanvangt.
b. De onder a bedoelde aanspraak loopt door bij een overplaatsing naar een andere post en eindigt bij een overplaatsing naar Nederland en bij beëindiging van het dienstverband. De dag waarop de aanspraak eindigt wordt, tenzij in deze regeling anders is bepaald, daarbij vastgesteld op: 1°. indien het afhankelijk kind primair Nederlandstalig onderwijs volgt: de dag waarop de ambtenaar zijn werkzaamheden bij de post beëindigt;
2°. in overige gevallen: de dag volgend op het einde van het semester waarin de ambtenaar zijn werkzaamheden bij de post beëindigt.
1°. indien het afhankelijk kind primair Nederlandstalig onderwijs volgt: de dag waarop de ambtenaar zijn werkzaamheden bij de post beëindigt;
2°. in overige gevallen: de dag volgend op het einde van het semester waarin de ambtenaar zijn werkzaamheden bij de post beëindigt.