BWBR0041636
Geldig vanaf 2019-06-01
Artikel 7
Dienst Buitenlandse Zaken Voorzieningenstelsel 2018
1. Gedurende de tijd dat de werkzaamheden bij de post tijdelijk zijn beëindigd vanwege een omstandigheid als bedoeld in artikel 5, eerste lid, behoudt de ambtenaar aanspraak op voorzieningen als bedoeld in dit hoofdstuk naar de situatie zoals deze gold direct voorafgaande aan die beëindiging, met dien verstande dat indien de ambtenaar de standplaats verlaat:
a. de koopkrachtcorrectie op basis van het nettosalaris, bedoeld in artikel 10, op nihil wordt vastgesteld;
b. de standplaatstoelage, bedoeld in artikel 13, wordt vastgesteld op 85% daarvan;
c. de vergoeding huispersoneel, bedoeld in artikel 32, op nihil wordt vastgesteld, met dien verstande dat de werkelijke kosten voor huispersoneel tot ten hoogste het voor hem geldende bedrag zoals vermeld in Bijlage B, onder 10, worden vergoed;
d. de vergoeding passieve representatie, bedoeld in artikel 35, wordt vastgesteld op 30% daarvan.
2. In aanvulling op het eerste lid kan worden bepaald dat de ambtenaar voor de tijd dat de werkzaamheden bij de post tijdelijk zijn beëindigd aanspraak heeft op:
a. een tegemoetkoming tijdelijke huisvesting als bedoeld in artikel 69. Op de dag dat een tegemoetkoming tijdelijke huisvesting is toegekend, vervalt de aanspraak op een tegemoetkoming in de kosten van dubbele huishouding als bedoeld in artikel 45;
b. vergoeding van de kosten van het vervoeren van bagage als bedoeld in artikel 61;
c. vergoeding van reiskosten overeenkomstig het Reisbesluit buitenland voor zover daarop elders door toepassing van deze regeling al geen aanspraak bestaat.
3. Indien de gezinsleden achterblijven op de standplaats wordt in afwijking van het eerste lid, onderdeel a, de koopkrachtcorrectie op basis van het nettosalaris, bedoeld in artikel 10, vastgesteld op 50%.
4. Indien een op de standplaats verblijvend gezinslid waarvoor de ambtenaar direct voorafgaande aan een in artikel 5, eerste lid, bedoelde omstandigheid aanspraak heeft op een verhoging van de standplaatstoelage als bedoeld in artikel 14of 15, vooruit reist, na reist dan wel met hem meereist:
a. kan in aanvulling op het eerste lid worden bepaald dat: 1°. het voor het gezinslid toegekende deel van de standplaatstoelage, bedoeld in artikel 14 of 15, wordt vastgesteld op 85% daarvan;
2°. de onderwijskosten, bedoeld in artikel 81, worden vergoed;
3°. de kosten worden vergoed van het vervoeren van bagage als bedoeld in artikel 61;
4°. de reiskosten voor ten hoogste het traject van de standplaats naar Nederland worden vergoed overeenkomstig het Reisbesluit buitenland voor zover daarop elders door toepassing van deze regeling al geen aanspraak bestaat en vooraf schriftelijk toestemming is gegeven voor de te ondernemen reis;
1°. het voor het gezinslid toegekende deel van de standplaatstoelage, bedoeld in artikel 14 of 15, wordt vastgesteld op 85% daarvan;
2°. de onderwijskosten, bedoeld in artikel 81, worden vergoed;
3°. de kosten worden vergoed van het vervoeren van bagage als bedoeld in artikel 61;
4°. de reiskosten voor ten hoogste het traject van de standplaats naar Nederland worden vergoed overeenkomstig het Reisbesluit buitenland voor zover daarop elders door toepassing van deze regeling al geen aanspraak bestaat en vooraf schriftelijk toestemming is gegeven voor de te ondernemen reis;
b. komt de vergoeding passieve representatie, bedoeld in artikel 35, te vervallen.
5. Ingeval van evacuatie worden aan de ambtenaar voor hem en zijn op de standplaats verblijvende gezinsleden waarvoor hij op grond van artikel 14of 15een verhoging van de standplaatstoelage ontvangt, tickets verstrekt of een vergoeding als bedoeld in artikel 60toegekend voor ten hoogste het traject van de standplaats naar Nederland, tenzij reeds op andere wijze voor rijksrekening in het vervoer wordt voorzien.
a. de koopkrachtcorrectie op basis van het nettosalaris, bedoeld in artikel 10, op nihil wordt vastgesteld;
b. de standplaatstoelage, bedoeld in artikel 13, wordt vastgesteld op 85% daarvan;
c. de vergoeding huispersoneel, bedoeld in artikel 32, op nihil wordt vastgesteld, met dien verstande dat de werkelijke kosten voor huispersoneel tot ten hoogste het voor hem geldende bedrag zoals vermeld in Bijlage B, onder 10, worden vergoed;
d. de vergoeding passieve representatie, bedoeld in artikel 35, wordt vastgesteld op 30% daarvan.
2. In aanvulling op het eerste lid kan worden bepaald dat de ambtenaar voor de tijd dat de werkzaamheden bij de post tijdelijk zijn beëindigd aanspraak heeft op:
a. een tegemoetkoming tijdelijke huisvesting als bedoeld in artikel 69. Op de dag dat een tegemoetkoming tijdelijke huisvesting is toegekend, vervalt de aanspraak op een tegemoetkoming in de kosten van dubbele huishouding als bedoeld in artikel 45;
b. vergoeding van de kosten van het vervoeren van bagage als bedoeld in artikel 61;
c. vergoeding van reiskosten overeenkomstig het Reisbesluit buitenland voor zover daarop elders door toepassing van deze regeling al geen aanspraak bestaat.
3. Indien de gezinsleden achterblijven op de standplaats wordt in afwijking van het eerste lid, onderdeel a, de koopkrachtcorrectie op basis van het nettosalaris, bedoeld in artikel 10, vastgesteld op 50%.
4. Indien een op de standplaats verblijvend gezinslid waarvoor de ambtenaar direct voorafgaande aan een in artikel 5, eerste lid, bedoelde omstandigheid aanspraak heeft op een verhoging van de standplaatstoelage als bedoeld in artikel 14of 15, vooruit reist, na reist dan wel met hem meereist:
a. kan in aanvulling op het eerste lid worden bepaald dat: 1°. het voor het gezinslid toegekende deel van de standplaatstoelage, bedoeld in artikel 14 of 15, wordt vastgesteld op 85% daarvan;
2°. de onderwijskosten, bedoeld in artikel 81, worden vergoed;
3°. de kosten worden vergoed van het vervoeren van bagage als bedoeld in artikel 61;
4°. de reiskosten voor ten hoogste het traject van de standplaats naar Nederland worden vergoed overeenkomstig het Reisbesluit buitenland voor zover daarop elders door toepassing van deze regeling al geen aanspraak bestaat en vooraf schriftelijk toestemming is gegeven voor de te ondernemen reis;
1°. het voor het gezinslid toegekende deel van de standplaatstoelage, bedoeld in artikel 14 of 15, wordt vastgesteld op 85% daarvan;
2°. de onderwijskosten, bedoeld in artikel 81, worden vergoed;
3°. de kosten worden vergoed van het vervoeren van bagage als bedoeld in artikel 61;
4°. de reiskosten voor ten hoogste het traject van de standplaats naar Nederland worden vergoed overeenkomstig het Reisbesluit buitenland voor zover daarop elders door toepassing van deze regeling al geen aanspraak bestaat en vooraf schriftelijk toestemming is gegeven voor de te ondernemen reis;
b. komt de vergoeding passieve representatie, bedoeld in artikel 35, te vervallen.
5. Ingeval van evacuatie worden aan de ambtenaar voor hem en zijn op de standplaats verblijvende gezinsleden waarvoor hij op grond van artikel 14of 15een verhoging van de standplaatstoelage ontvangt, tickets verstrekt of een vergoeding als bedoeld in artikel 60toegekend voor ten hoogste het traject van de standplaats naar Nederland, tenzij reeds op andere wijze voor rijksrekening in het vervoer wordt voorzien.