BWBR0041636
Geldig vanaf 2019-06-01
Artikel 56
Dienst Buitenlandse Zaken Voorzieningenstelsel 2018
1. De in artikel 55bedoelde tegemoetkoming bedraagt 55% van de aan de ambtenaar of diens partner in rekening gebrachte kosten van kinderopvang.
2. Bij het vaststellen van de hoogte van de tegemoetkoming wordt een uurprijs in aanmerking genomen die niet hoger is dan de krachtens artikel 1.7 van de Wet kinderopvangvastgestelde uurprijs.
3. Indien in het land waar de kinderopvang plaatsvindt de koopkrachtcorrectie, bedoeld in artikel 11, meer dan 1 bedraagt, wordt de in het tweede lid bedoelde uurprijs verhoogd met de voor dat land geldende koopkrachtcorrectie.
4. De ambtenaar kan eens per drie maanden een aanvraag indienen tot toekenning van een tegemoetkomingbijdrage in de kosten van kinderopvang die hij heeft gemaakt in een aaneengesloten tijdvak van maximaal twaalf maanden direct voorafgaande aan de datum van indiening van zijn aanvraag.
5. Bij de aanvraag voegt de ambtenaar gespecificeerd per kind:
a. bewijsstukken waaruit blijkt: 1°. de soort genoten opvang;
2°. de uurprijs van de genoten opvang, en
3°. het aantal uren van de genoten opvang;
1°. de soort genoten opvang;
2°. de uurprijs van de genoten opvang, en
3°. het aantal uren van de genoten opvang;
b. de schriftelijke overeenkomst met de houder van het kindercentrum of de persoon die de kinderopvang verleent of enig ander bewijsstuk waaruit de genoten kinderopvang blijkt.
6. Bij de aanvraag voegt de ambtenaar met een partner tevens bewijsstukken waaruit blijkt dat de partner gedurende de periode waarop de aanvraag betrekking heeft voldoet aan het bepaalde in artikel 55, tweede en derde lid.
7. Bij de eerste aanvraag betreffende kinderopvang in Nederland voegt de ambtenaar tevens bewijsstukken waaruit blijkt dat de kinderopvang plaatsvindt bij een geregistreerd kindercentrum of door tussenkomst van een geregistreerd gastouderbureau.
8. Bij de eerste aanvraag betreffende kinderopvang buiten Nederland voegt de ambtenaar tevens informatie die aannemelijk maakt dat kinderopvang plaatsvindt bij een kindercentrum dat of door een persoon van 18 jaar of ouder die verantwoorde kinderopvang biedt die bijdraagt aan een goede en gezonde ontwikkeling van het kind in een veilige en gezonde omgeving.
9. 3W kan nadere voorschriften stellen omtrent de wijze waarop de aanvraag wordt ingediend.
10. In afwijking van het eerste tot en met derde lid bedraagt de tegemoetkoming voor de in artikel 55, vierde lid, bedoelde ambtenaar 55% van de aan hem of diens partner in rekening gebrachte kosten van kinderopvang voor zover die kosten hoger zijn dan de krachtens artikel 1.7 van de Wet kinderopvangvastgestelde uurprijs tot ten hoogste die uurprijs verhoogd met de koopkrachtcorrectie die geldt voor het land waarin de kinderopvang plaatsvindt.
2. Bij het vaststellen van de hoogte van de tegemoetkoming wordt een uurprijs in aanmerking genomen die niet hoger is dan de krachtens artikel 1.7 van de Wet kinderopvangvastgestelde uurprijs.
3. Indien in het land waar de kinderopvang plaatsvindt de koopkrachtcorrectie, bedoeld in artikel 11, meer dan 1 bedraagt, wordt de in het tweede lid bedoelde uurprijs verhoogd met de voor dat land geldende koopkrachtcorrectie.
4. De ambtenaar kan eens per drie maanden een aanvraag indienen tot toekenning van een tegemoetkomingbijdrage in de kosten van kinderopvang die hij heeft gemaakt in een aaneengesloten tijdvak van maximaal twaalf maanden direct voorafgaande aan de datum van indiening van zijn aanvraag.
5. Bij de aanvraag voegt de ambtenaar gespecificeerd per kind:
a. bewijsstukken waaruit blijkt: 1°. de soort genoten opvang;
2°. de uurprijs van de genoten opvang, en
3°. het aantal uren van de genoten opvang;
1°. de soort genoten opvang;
2°. de uurprijs van de genoten opvang, en
3°. het aantal uren van de genoten opvang;
b. de schriftelijke overeenkomst met de houder van het kindercentrum of de persoon die de kinderopvang verleent of enig ander bewijsstuk waaruit de genoten kinderopvang blijkt.
6. Bij de aanvraag voegt de ambtenaar met een partner tevens bewijsstukken waaruit blijkt dat de partner gedurende de periode waarop de aanvraag betrekking heeft voldoet aan het bepaalde in artikel 55, tweede en derde lid.
7. Bij de eerste aanvraag betreffende kinderopvang in Nederland voegt de ambtenaar tevens bewijsstukken waaruit blijkt dat de kinderopvang plaatsvindt bij een geregistreerd kindercentrum of door tussenkomst van een geregistreerd gastouderbureau.
8. Bij de eerste aanvraag betreffende kinderopvang buiten Nederland voegt de ambtenaar tevens informatie die aannemelijk maakt dat kinderopvang plaatsvindt bij een kindercentrum dat of door een persoon van 18 jaar of ouder die verantwoorde kinderopvang biedt die bijdraagt aan een goede en gezonde ontwikkeling van het kind in een veilige en gezonde omgeving.
9. 3W kan nadere voorschriften stellen omtrent de wijze waarop de aanvraag wordt ingediend.
10. In afwijking van het eerste tot en met derde lid bedraagt de tegemoetkoming voor de in artikel 55, vierde lid, bedoelde ambtenaar 55% van de aan hem of diens partner in rekening gebrachte kosten van kinderopvang voor zover die kosten hoger zijn dan de krachtens artikel 1.7 van de Wet kinderopvangvastgestelde uurprijs tot ten hoogste die uurprijs verhoogd met de koopkrachtcorrectie die geldt voor het land waarin de kinderopvang plaatsvindt.