BWBR0041636
Geldig vanaf 2019-06-01
Artikel 71
Dienst Buitenlandse Zaken Voorzieningenstelsel 2018
1. De ambtenaar die een woning verlaat ontvangt, met inachtneming van het tweede tot en met vierde lid, na het betrekken van een nieuwe woning een tegemoetkoming in de daaruit voortvloeiende kosten.
2. De in het eerste lid bedoelde tegemoetkoming bedraagt een percentage van het voor de ambtenaar geldende brutosalaris, vermenigvuldigd met achtereenvolgens 12 en 1,08, met dien verstande dat voor de vaststelling van de tegemoetkoming het brutosalaris ten minste het maximumsalaris van schaal 6 en ten hoogste het maximumsalaris van schaal 14 van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984bedraagt, vermeerderd met per afhankelijk kind het in Bijlage B, onder 20, vermelde bedrag, voor zover ten behoeve van dat kind op zijn volgende standplaats een tegemoetkoming of vergoeding als bedoeld in artikel 15, 51, 52of 53wordt toegekend.
3. Het in het tweede lid bedoelde percentage bedraagt:
a. bij overplaatsing naar Nederland of bij beëindiging van het dienstverband: 12% dan wel, indien de partner in Nederland verbleef: 3%;
b. bij overplaatsing naar een post: 1°. indien de aldaar te betrekken dienstwoning niet is ingericht, zulks ter beoordeling van DBV: 10%;
2°. indien de aldaar te betrekken dienstwoning is ingericht, zulks ter beoordeling van DBV: 3%;
3°. indien op de post geen dienstwoning ter beschikking is of wordt gesteld maar op andere wijze vanwege het rijk in de huisvesting van de ambtenaar is of wordt voorzien: 3%.
1°. indien de aldaar te betrekken dienstwoning niet is ingericht, zulks ter beoordeling van DBV: 10%;
2°. indien de aldaar te betrekken dienstwoning is ingericht, zulks ter beoordeling van DBV: 3%;
3°. indien op de post geen dienstwoning ter beschikking is of wordt gesteld maar op andere wijze vanwege het rijk in de huisvesting van de ambtenaar is of wordt voorzien: 3%.
4. De aanspraak op de in dit artikel bedoelde voorziening ontstaat op het volgende tijdstip:
a. bij overplaatsing naar een post: op de dag waarop de ambtenaar op de standplaats aankomt;
b. bij overplaatsing naar Nederland: op de dag waarop de ambtenaar in Nederland aankomt en zijn intrek neemt in een privéwoning;
c. bij beëindiging van het dienstverband, aansluitend op een plaatsing bij een post: 1°. bij terugkeer naar Nederland: als onder b;
2°. bij vestiging buiten Nederland: op de dag, volgend op de dag waarop de ambtenaar zijn werkzaamheden bij de post definitief beëindigt.
1°. bij terugkeer naar Nederland: als onder b;
2°. bij vestiging buiten Nederland: op de dag, volgend op de dag waarop de ambtenaar zijn werkzaamheden bij de post definitief beëindigt.
2. De in het eerste lid bedoelde tegemoetkoming bedraagt een percentage van het voor de ambtenaar geldende brutosalaris, vermenigvuldigd met achtereenvolgens 12 en 1,08, met dien verstande dat voor de vaststelling van de tegemoetkoming het brutosalaris ten minste het maximumsalaris van schaal 6 en ten hoogste het maximumsalaris van schaal 14 van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984bedraagt, vermeerderd met per afhankelijk kind het in Bijlage B, onder 20, vermelde bedrag, voor zover ten behoeve van dat kind op zijn volgende standplaats een tegemoetkoming of vergoeding als bedoeld in artikel 15, 51, 52of 53wordt toegekend.
3. Het in het tweede lid bedoelde percentage bedraagt:
a. bij overplaatsing naar Nederland of bij beëindiging van het dienstverband: 12% dan wel, indien de partner in Nederland verbleef: 3%;
b. bij overplaatsing naar een post: 1°. indien de aldaar te betrekken dienstwoning niet is ingericht, zulks ter beoordeling van DBV: 10%;
2°. indien de aldaar te betrekken dienstwoning is ingericht, zulks ter beoordeling van DBV: 3%;
3°. indien op de post geen dienstwoning ter beschikking is of wordt gesteld maar op andere wijze vanwege het rijk in de huisvesting van de ambtenaar is of wordt voorzien: 3%.
1°. indien de aldaar te betrekken dienstwoning niet is ingericht, zulks ter beoordeling van DBV: 10%;
2°. indien de aldaar te betrekken dienstwoning is ingericht, zulks ter beoordeling van DBV: 3%;
3°. indien op de post geen dienstwoning ter beschikking is of wordt gesteld maar op andere wijze vanwege het rijk in de huisvesting van de ambtenaar is of wordt voorzien: 3%.
4. De aanspraak op de in dit artikel bedoelde voorziening ontstaat op het volgende tijdstip:
a. bij overplaatsing naar een post: op de dag waarop de ambtenaar op de standplaats aankomt;
b. bij overplaatsing naar Nederland: op de dag waarop de ambtenaar in Nederland aankomt en zijn intrek neemt in een privéwoning;
c. bij beëindiging van het dienstverband, aansluitend op een plaatsing bij een post: 1°. bij terugkeer naar Nederland: als onder b;
2°. bij vestiging buiten Nederland: op de dag, volgend op de dag waarop de ambtenaar zijn werkzaamheden bij de post definitief beëindigt.
1°. bij terugkeer naar Nederland: als onder b;
2°. bij vestiging buiten Nederland: op de dag, volgend op de dag waarop de ambtenaar zijn werkzaamheden bij de post definitief beëindigt.