BWBR0041636
Geldig vanaf 2019-06-01
Artikel 80
Dienst Buitenlandse Zaken Voorzieningenstelsel 2018
1. De ambtenaar die een voor permanente bewoning geschikte huurwoning in Nederland betrekt, kan op zijn schriftelijk verzoek aanspraak maken op een maandelijkse tegemoetkoming in die woonlasten.
2. De in het eerste lid bedoelde aanspraak ontstaat na afloop van de in artikel 69bedoelde periode van tijdelijke huisvesting dan wel, indien door de ambtenaar op een dergelijke tegemoetkoming geen aanspraak is gemaakt, op de dag dat de ambtenaar in Nederland is aangekomen.
3. De hoogte van de tegemoetkoming wordt berekend door de maandelijkse kale huur te verminderen met 25% van het voor de ambtenaar geldende brutosalaris, met dien verstande dat daarbij ten hoogste het in Bijlage B, onder 21, vermelde bedrag als kale huur in aanmerking wordt genomen.
4. Het in Bijlage B, onder 21, vermelde bedrag wordt jaarlijks per 1 januari vastgesteld overeenkomstig de meest recente gegevens van het CBS met betrekking tot de gemiddelde verhoging van de woninghuur in Nederland.
5. De tegemoetkoming wordt opnieuw berekend zodra één van de voor toekenning noodzakelijke gegevens daartoe noodzaakt.
6. Op de in het eerste lid bedoelde tegemoetkoming bestaat geen aanspraak indien de huurwoning door de ambtenaar of één van zijn gezinsleden tijdens de plaatsing bij een post is aangehouden of gehuurd, tenzij de woning is gehuurd binnen een periode van 6 maanden voorafgaande aan de dag van aankomst van de ambtenaar in Nederland. De vorige volzin is van overeenkomstige toepassing indien niet de hiervoor bedoelde huurwoning maar een andere huurwoning wordt betrokken.
7. De aanspraak op de tegemoetkoming vervalt:
a. zes jaar na de dag van aankomst van de ambtenaar in Nederland;
b. indien een andere woning wordt betrokken dan de woning waarvoor de tegemoetkoming is toegekend;
c. bij ontslag;
d. zodra het bedrag van de tegemoetkoming voor een periode van twaalf maanden minder bedraagt dan € 200.
8. Indien de ambtenaar een arbeidsduur heeft van meer dan gemiddeld 36 uur per week wordt, in afwijking van artikel 1, onderdeel h, voor de toepassing van dit artikel uitgegaan van het salaris van de ambtenaar bij de voor hem geldende arbeidsduur.
2. De in het eerste lid bedoelde aanspraak ontstaat na afloop van de in artikel 69bedoelde periode van tijdelijke huisvesting dan wel, indien door de ambtenaar op een dergelijke tegemoetkoming geen aanspraak is gemaakt, op de dag dat de ambtenaar in Nederland is aangekomen.
3. De hoogte van de tegemoetkoming wordt berekend door de maandelijkse kale huur te verminderen met 25% van het voor de ambtenaar geldende brutosalaris, met dien verstande dat daarbij ten hoogste het in Bijlage B, onder 21, vermelde bedrag als kale huur in aanmerking wordt genomen.
4. Het in Bijlage B, onder 21, vermelde bedrag wordt jaarlijks per 1 januari vastgesteld overeenkomstig de meest recente gegevens van het CBS met betrekking tot de gemiddelde verhoging van de woninghuur in Nederland.
5. De tegemoetkoming wordt opnieuw berekend zodra één van de voor toekenning noodzakelijke gegevens daartoe noodzaakt.
6. Op de in het eerste lid bedoelde tegemoetkoming bestaat geen aanspraak indien de huurwoning door de ambtenaar of één van zijn gezinsleden tijdens de plaatsing bij een post is aangehouden of gehuurd, tenzij de woning is gehuurd binnen een periode van 6 maanden voorafgaande aan de dag van aankomst van de ambtenaar in Nederland. De vorige volzin is van overeenkomstige toepassing indien niet de hiervoor bedoelde huurwoning maar een andere huurwoning wordt betrokken.
7. De aanspraak op de tegemoetkoming vervalt:
a. zes jaar na de dag van aankomst van de ambtenaar in Nederland;
b. indien een andere woning wordt betrokken dan de woning waarvoor de tegemoetkoming is toegekend;
c. bij ontslag;
d. zodra het bedrag van de tegemoetkoming voor een periode van twaalf maanden minder bedraagt dan € 200.
8. Indien de ambtenaar een arbeidsduur heeft van meer dan gemiddeld 36 uur per week wordt, in afwijking van artikel 1, onderdeel h, voor de toepassing van dit artikel uitgegaan van het salaris van de ambtenaar bij de voor hem geldende arbeidsduur.