BWBR0041636
Geldig vanaf 2019-06-01
Artikel 70
Dienst Buitenlandse Zaken Voorzieningenstelsel 2018
1. Indien tot de huishouding van de in overplaatsing zijnde ambtenaar één of meer gezinsleden behoren, wordt het in artikel 69, derde lid, onder a, berekende bedrag verhoogd met:
a. bij één gezinslid: 30%;
b. bij twee gezinsleden: 50%;
c. bij drie of meer gezinsleden: 60%.
2. Tot de huishouding van de in overplaatsing zijnde ambtenaar behoren niet:
a. de partner, indien aan de ambtenaar een tegemoetkoming in de kosten van dubbele huishouding als bedoeld in artikel 45, eerste lid, wordt toegekend;
b. de afhankelijke kinderen, indien aan de ambtenaar tijdens de overplaatsingsperiode ten behoeve van hen een vergoeding als bedoeld in de artikelen 51, 52 of 53 wordt toegekend.
3. Indien de partner in verband met een erkende reden als bedoeld in artikel 44, derde lid, onder b, de standplaats eerder heeft moeten verlaten dan de ambtenaar, wordt aan hem voor ten hoogste de periode, bedoeld in artikel 69, tweede lid, een tegemoetkoming in de kosten van tijdelijke huisvesting toegekend. De tegemoetkoming wordt als volgt vastgesteld:
a. ten behoeve van de partner: een bedrag gelijk aan het op grond van artikel 69, derde lid, onder a, berekende bedrag;
b. ten behoeve van met de partner in overplaatsing zijnde afhankelijke kinderen wordt het onder a bedoelde bedrag verhoogd met: 1°. bij één kind: 30%;
2°. bij twee kinderen: 50%;
3°. bij drie of meer kinderen: 60%.
1°. bij één kind: 30%;
2°. bij twee kinderen: 50%;
3°. bij drie of meer kinderen: 60%.
a. bij één gezinslid: 30%;
b. bij twee gezinsleden: 50%;
c. bij drie of meer gezinsleden: 60%.
2. Tot de huishouding van de in overplaatsing zijnde ambtenaar behoren niet:
a. de partner, indien aan de ambtenaar een tegemoetkoming in de kosten van dubbele huishouding als bedoeld in artikel 45, eerste lid, wordt toegekend;
b. de afhankelijke kinderen, indien aan de ambtenaar tijdens de overplaatsingsperiode ten behoeve van hen een vergoeding als bedoeld in de artikelen 51, 52 of 53 wordt toegekend.
3. Indien de partner in verband met een erkende reden als bedoeld in artikel 44, derde lid, onder b, de standplaats eerder heeft moeten verlaten dan de ambtenaar, wordt aan hem voor ten hoogste de periode, bedoeld in artikel 69, tweede lid, een tegemoetkoming in de kosten van tijdelijke huisvesting toegekend. De tegemoetkoming wordt als volgt vastgesteld:
a. ten behoeve van de partner: een bedrag gelijk aan het op grond van artikel 69, derde lid, onder a, berekende bedrag;
b. ten behoeve van met de partner in overplaatsing zijnde afhankelijke kinderen wordt het onder a bedoelde bedrag verhoogd met: 1°. bij één kind: 30%;
2°. bij twee kinderen: 50%;
3°. bij drie of meer kinderen: 60%.
1°. bij één kind: 30%;
2°. bij twee kinderen: 50%;
3°. bij drie of meer kinderen: 60%.