BWBR0041636
Geldig vanaf 2019-06-01
Artikel 21
Dienst Buitenlandse Zaken Voorzieningenstelsel 2018
1. Kosten die de ambtenaar maakt in verband met het volgen van onderwijs van zijn afhankelijk kind aan een erkende instelling voor primair of secundair onderwijs worden aan hem vergoed met inachtneming van het tweede tot en met het zesde lid en artikel 22.
2. De volgende kosten komen voor vergoeding in aanmerking:
a. door de onderwijsinstelling voorgeschreven entree-, registratie-, inschrijf-, les- en examengeld en de kosten van een door de onderwijsinstelling verplicht gestelde toelatingstest. Het inschrijfgeld en de kosten van een verplicht gestelde toelatingstest worden voor twee onderwijsinstellingen vergoed indien er een gerede kans is dat het kind niet zal worden toegelaten tot de onderwijsinstelling die de voorkeur van de ambtenaar geniet;
b. door de onderwijsinstelling voorgeschreven schoolboeken voor primair of secundair onderwijs;
c. een door de onderwijsinstelling voorgeschreven aansprakelijkheidsverzekering;
d. door de onderwijsinstelling apart in rekening gebrachte lesvakken in het kader van primair of secundair onderwijs die in Nederland tot het standaard curriculum van door de overheid geheel of gedeeltelijk bekostigde onderwijsinstellingen voor primair of secundair onderwijs behoren.
3. In aanvulling op het eerste lid worden kosten die de ambtenaar voor zijn in het eerste lid bedoelde afhankelijk kind maakt voor noodzakelijke extra onderwijsbegeleiding op de standplaats, blijkende uit een door de ambtenaar bekostigd en overgelegd psychologisch rapport, aan hem vergoed overeenkomstig de bepalingen van het Besluit Leerlinggebonden Financieringzoals dat luidde op 31 juli 2014 tot maximaal de in Bijlage B, onder 5, vermelde bedragen. Het maximale bedrag van de desbetreffende vergoeding per schooljaar wordt jaarlijks per 1 januari verhoogd overeenkomstig de beschikbaar gestelde meest recente gegevens van het deel ‘onderwijs’ van de CBS-consumentenprijsindex, reeks alle huishoudens.
4. Indien de ambtenaar en zijn partner vanwege een duurzame ontwrichting van hun relatie geen gezamenlijke huishouding meer voeren dan wel zullen voeren en een afhankelijk kind tot de huishouding van de (gewezen) partner behoort dan wel zonder erkende reden niet bij de ambtenaar op de standplaats verblijft, eindigt de aanspraak op de in het eerste lid bedoelde vergoeding met dien verstande dat:
a. indien een afhankelijk kind primair onderwijs volgt, worden vergoed de kosten voor het afronden van het reeds aangevangen schooljaar aan de desbetreffende onderwijsinstelling;
b. indien een afhankelijk kind secundair onderwijs volgt, worden vergoed de kosten voor het afronden van het reeds aangevangen secundair onderwijs in het desbetreffende curriculum in de desbetreffende taal.
5. Kosten voor het in Nederland volgen van primair of secundair onderwijs in het Nederlands komen niet voor vergoeding in aanmerking.
6. Ingeval van gehele of gedeeltelijke restitutie door de onderwijsinstelling van kosten waarvoor de ambtenaar een vergoeding heeft ontvangen, wordt het gerestitueerde bedrag door de ambtenaar terugbetaald aan het rijk.
2. De volgende kosten komen voor vergoeding in aanmerking:
a. door de onderwijsinstelling voorgeschreven entree-, registratie-, inschrijf-, les- en examengeld en de kosten van een door de onderwijsinstelling verplicht gestelde toelatingstest. Het inschrijfgeld en de kosten van een verplicht gestelde toelatingstest worden voor twee onderwijsinstellingen vergoed indien er een gerede kans is dat het kind niet zal worden toegelaten tot de onderwijsinstelling die de voorkeur van de ambtenaar geniet;
b. door de onderwijsinstelling voorgeschreven schoolboeken voor primair of secundair onderwijs;
c. een door de onderwijsinstelling voorgeschreven aansprakelijkheidsverzekering;
d. door de onderwijsinstelling apart in rekening gebrachte lesvakken in het kader van primair of secundair onderwijs die in Nederland tot het standaard curriculum van door de overheid geheel of gedeeltelijk bekostigde onderwijsinstellingen voor primair of secundair onderwijs behoren.
3. In aanvulling op het eerste lid worden kosten die de ambtenaar voor zijn in het eerste lid bedoelde afhankelijk kind maakt voor noodzakelijke extra onderwijsbegeleiding op de standplaats, blijkende uit een door de ambtenaar bekostigd en overgelegd psychologisch rapport, aan hem vergoed overeenkomstig de bepalingen van het Besluit Leerlinggebonden Financieringzoals dat luidde op 31 juli 2014 tot maximaal de in Bijlage B, onder 5, vermelde bedragen. Het maximale bedrag van de desbetreffende vergoeding per schooljaar wordt jaarlijks per 1 januari verhoogd overeenkomstig de beschikbaar gestelde meest recente gegevens van het deel ‘onderwijs’ van de CBS-consumentenprijsindex, reeks alle huishoudens.
4. Indien de ambtenaar en zijn partner vanwege een duurzame ontwrichting van hun relatie geen gezamenlijke huishouding meer voeren dan wel zullen voeren en een afhankelijk kind tot de huishouding van de (gewezen) partner behoort dan wel zonder erkende reden niet bij de ambtenaar op de standplaats verblijft, eindigt de aanspraak op de in het eerste lid bedoelde vergoeding met dien verstande dat:
a. indien een afhankelijk kind primair onderwijs volgt, worden vergoed de kosten voor het afronden van het reeds aangevangen schooljaar aan de desbetreffende onderwijsinstelling;
b. indien een afhankelijk kind secundair onderwijs volgt, worden vergoed de kosten voor het afronden van het reeds aangevangen secundair onderwijs in het desbetreffende curriculum in de desbetreffende taal.
5. Kosten voor het in Nederland volgen van primair of secundair onderwijs in het Nederlands komen niet voor vergoeding in aanmerking.
6. Ingeval van gehele of gedeeltelijke restitutie door de onderwijsinstelling van kosten waarvoor de ambtenaar een vergoeding heeft ontvangen, wordt het gerestitueerde bedrag door de ambtenaar terugbetaald aan het rijk.