BWBR0041636
Geldig vanaf 2019-06-01
Artikel 32
Dienst Buitenlandse Zaken Voorzieningenstelsel 2018
1. Ter bestrijding van de kosten voortvloeiende uit het in persoonlijke dienst nemen of inhuren van huispersoneel wordt aan de ambtenaar, niet zijnde een hoofd van een post of een plaatsvervangend hoofd van een post voor wie functieniveau 16 of hoger geldt, een vergoeding huispersoneel toegekend.
2. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op een hoofd van een post of een plaatsvervangend hoofd van een post voor wie functieniveau 16 of hoger geldt die niet is gehuisvest in een van rijkswege voor representatieve doeleinden ingerichte of daarmee vergelijkbare dienstwoning.
3. Indien een in het tweede lid bedoelde ambtenaar per periode van twaalf opeenvolgende maanden, gerekend vanaf de dag van eerste aankomst op de post, aantoonbaar vanwege zijn functie-uitoefening genoodzaakt was meer kosten te maken voor het in persoonlijke dienst nemen of inhuren van huispersoneel dan het totaal van de vergoeding huispersoneel over die periode, worden de noodzakelijke meerkosten overeenkomstig artikel 33aan hem vergoed.
4. De hoogte van de vergoeding huispersoneel wordt vastgesteld met toepassing van Bijlage B, onder 10, overeenkomstig het daarin voor het functieniveau vermelde bedrag. Dit bedrag wordt verhoogd met het in Bijlage B, onder 10, vermelde bedrag voor ieder kind waarvoor de ambtenaar een verhoging van de standplaatstoelage ontvangt op grond van artikel 15, met een maximum van drie kinderen.
5. De in Bijlage B, onder 10, vermelde bedragen worden jaarlijks per 1 januari vastgesteld overeenkomstig de ontwikkeling in de daaraan voorafgaande periode van medio november tot medio november van het element ‘Huishoudelijke diensten’ van de CBS-consumentenprijsindex, reeks alle huishoudens.
6. Indien de in het eerste of tweede lid bedoelde ambtenaar vanwege de beëindiging van de arbeidsrelatie met een in zijn persoonlijke dienst zijnd of ingehuurd lid van zijn huispersoneel een ontslaguitkering of daarmee vergelijkbare uitkering heeft betaald, wordt deze aan hem vergoed voor zover het ter plaatse verplicht of gebruikelijk is deze uitkering te betalen.
2. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op een hoofd van een post of een plaatsvervangend hoofd van een post voor wie functieniveau 16 of hoger geldt die niet is gehuisvest in een van rijkswege voor representatieve doeleinden ingerichte of daarmee vergelijkbare dienstwoning.
3. Indien een in het tweede lid bedoelde ambtenaar per periode van twaalf opeenvolgende maanden, gerekend vanaf de dag van eerste aankomst op de post, aantoonbaar vanwege zijn functie-uitoefening genoodzaakt was meer kosten te maken voor het in persoonlijke dienst nemen of inhuren van huispersoneel dan het totaal van de vergoeding huispersoneel over die periode, worden de noodzakelijke meerkosten overeenkomstig artikel 33aan hem vergoed.
4. De hoogte van de vergoeding huispersoneel wordt vastgesteld met toepassing van Bijlage B, onder 10, overeenkomstig het daarin voor het functieniveau vermelde bedrag. Dit bedrag wordt verhoogd met het in Bijlage B, onder 10, vermelde bedrag voor ieder kind waarvoor de ambtenaar een verhoging van de standplaatstoelage ontvangt op grond van artikel 15, met een maximum van drie kinderen.
5. De in Bijlage B, onder 10, vermelde bedragen worden jaarlijks per 1 januari vastgesteld overeenkomstig de ontwikkeling in de daaraan voorafgaande periode van medio november tot medio november van het element ‘Huishoudelijke diensten’ van de CBS-consumentenprijsindex, reeks alle huishoudens.
6. Indien de in het eerste of tweede lid bedoelde ambtenaar vanwege de beëindiging van de arbeidsrelatie met een in zijn persoonlijke dienst zijnd of ingehuurd lid van zijn huispersoneel een ontslaguitkering of daarmee vergelijkbare uitkering heeft betaald, wordt deze aan hem vergoed voor zover het ter plaatse verplicht of gebruikelijk is deze uitkering te betalen.