BWBR0041636
Geldig vanaf 2019-06-01
Artikel 9
Dienst Buitenlandse Zaken Voorzieningenstelsel 2018
1. De volgende kosten betrekking hebbend op de aan de ambtenaar ter beschikking gestelde huisvesting komen rechtstreeks voor rekening van het rijk:
a. kosten van water- en energieverbruik;
b. servicekosten als bedoeld in de artikelen 237, derde lid, en 259 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek en het Besluit servicekosten;
c. kosten van lokale heffingen verband houdende met de huisvesting onder welke benaming dan ook zoals rioolheffing, reinigingsheffing, zuiveringsheffing en watersysteemheffing.
2. In verband met de verstrekking van de in het eerste lid bedoelde voorzieningen wordt maandelijks een bedrag ingehouden op het totaal aan vergoedingen dat op grond van deze regeling aan de ambtenaar wordt uitbetaald. Dit bedrag, de inhouding bijkomende kosten huisvesting, betreft een percentage van het netto maandsalaris van de ambtenaar. Dit percentage is gelijk aan de rekenkundig op één decimaal afgeronde som van de in de CBS-bestedingsindex opgenomen indexen betreffende:
a. water en energie (elementen elektriciteit, stadsgas en aardgas, vaste en vloeibare brandstoffen, compensatie energiebelasting en water);
b. diensten i.v.m. de woning;
c. rioolrecht, reinigingsrecht, zuiveringsheffing en watersysteemheffing ingezetenen (consumptiegebonden belastingen).
3. Het in het tweede lid bedoelde percentage is vermeld in Bijlage B, onder 2, en wordt jaarlijks per 1 januari vastgesteld overeenkomstig de beschikbaar gestelde meest recente gegevens van het CBS betreffende bestedingen van huishoudens.
4. Indien een deel van de in het eerste lid bedoelde kosten veroorzaakt is door als onredelijk aan te merken verbruik, kan DBV, naast de in het tweede lid bedoelde inhouding, een naar billijkheid nader vast te stellen bijdrage in de kosten aan de ambtenaar in rekening brengen.
a. kosten van water- en energieverbruik;
b. servicekosten als bedoeld in de artikelen 237, derde lid, en 259 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek en het Besluit servicekosten;
c. kosten van lokale heffingen verband houdende met de huisvesting onder welke benaming dan ook zoals rioolheffing, reinigingsheffing, zuiveringsheffing en watersysteemheffing.
2. In verband met de verstrekking van de in het eerste lid bedoelde voorzieningen wordt maandelijks een bedrag ingehouden op het totaal aan vergoedingen dat op grond van deze regeling aan de ambtenaar wordt uitbetaald. Dit bedrag, de inhouding bijkomende kosten huisvesting, betreft een percentage van het netto maandsalaris van de ambtenaar. Dit percentage is gelijk aan de rekenkundig op één decimaal afgeronde som van de in de CBS-bestedingsindex opgenomen indexen betreffende:
a. water en energie (elementen elektriciteit, stadsgas en aardgas, vaste en vloeibare brandstoffen, compensatie energiebelasting en water);
b. diensten i.v.m. de woning;
c. rioolrecht, reinigingsrecht, zuiveringsheffing en watersysteemheffing ingezetenen (consumptiegebonden belastingen).
3. Het in het tweede lid bedoelde percentage is vermeld in Bijlage B, onder 2, en wordt jaarlijks per 1 januari vastgesteld overeenkomstig de beschikbaar gestelde meest recente gegevens van het CBS betreffende bestedingen van huishoudens.
4. Indien een deel van de in het eerste lid bedoelde kosten veroorzaakt is door als onredelijk aan te merken verbruik, kan DBV, naast de in het tweede lid bedoelde inhouding, een naar billijkheid nader vast te stellen bijdrage in de kosten aan de ambtenaar in rekening brengen.