BWBR0041636
Geldig vanaf 2019-06-01
Artikel 63
Dienst Buitenlandse Zaken Voorzieningenstelsel 2018
1. De boedel van de ambtenaar die in overplaatsing is, wordt over zee of over land getransporteerd naar Nederland of zijn nieuwe standplaats indien aan de ambtenaar op die standplaats een dienstwoning ter beschikking wordt of is gesteld.
2. Indien de ambtenaar tijdens zijn plaatsing bij een post in een niet door het rijk ingerichte dienstwoning is of wordt gehuisvest, zulks ter beoordeling van DBV, vindt het transport van de boedel plaats in een 20 voet container dan wel, indien de omvang van de boedel dit niet toelaat, in een 40 voet container.
3. Indien de ambtenaar tijdens zijn plaatsing bij een post in een door het rijk ingerichte dienstwoning is of wordt gehuisvest, zulks ter beoordeling van DBV, vindt het transport van de boedel plaats in een 20 voet container. Indien de ambtenaar bij zijn overplaatsing over een boedel beschikt met een grotere omvang, wordt het meerdere met een maximum van 30 m 3naar Nederland getransporteerd.
4. In afwijking van het derde lid kan de ambtenaar die in een door het rijk ingerichte dienstwoning is of wordt gehuisvest verzoeken meer of minder boedel dan past in een 20 voet container naar de nieuwe standplaats te transporteren voor zover:
a. de omvang en de inrichting van dienstwoning dat mogelijk maakt, zulks ter beoordeling van DBV, en
b. het totaal van de te transporteren en in Nederland in opslag te geven boedel niet meer bedraagt dan 70 m3.
Na afloop van zijn plaatsing kan de ambtenaar bij zijn vervolgplaatsing zijn boedel overeenkomstig het tweede of derde lid laten transporteren dan wel opnieuw verzoeken om een afwijking als bedoeld in dit lid.
5. Indien aan de ambtenaar op de standplaats geen dienstwoning ter beschikking is of wordt gesteld, wordt ten hoogste 4 m 3boedel naar de nieuwe standplaats getransporteerd. Indien de ambtenaar bij zijn overplaatsing naar de hiervoor bedoelde standplaats een hoger volume aan verhuisboedel heeft dan 4 m 3, wordt het meerdere naar Nederland getransporteerd met een maximum van het aantal m 3dat zou hebben gegolden bij een overplaatsing naar Nederland.
6. a. In bijzondere gevallen, ter beoordeling van 3W, kan in afwijking van het eerste lid, het transport van de boedel door de lucht plaatsvinden. In dat geval wordt ten hoogste 30 m3 boedel getransporteerd met een maximumgewicht van 167 kilogram per m3 boedel.
b. In afwijking van onderdeel a kan 3W op verzoek van de ambtenaar toestaan dat er een gecombineerd transport plaatsvindt waarbij een deel van de boedel overeenkomstig het eerste lid wordt getransporteerd in een 20 voet container en ten hoogste 10 m3 van de rest van de boedel met een maximumgewicht van 167 kilogram per m3 boedel door de lucht, waarbij de totale omvang van de te transporteren boedel niet meer bedraagt dan 30 m3.
c. Indien de ambtenaar bij zijn overplaatsing een hoger volume aan verhuisboedel heeft dan het in a en b genoemde volume van 30 m3, wordt het meerdere tot een maximum van 30 m3 naar Nederland getransporteerd.
7. Op verzoek van de ambtenaar die wordt geplaatst bij een post met zware klimatologische omstandigheden die is opgenomen in Bijlage D, onder 1, wordt ten hoogste 2 m 3van tot zijn boedel behorende kostbaarheden die niet goed bestand zijn tegen die omstandigheden naar Nederland getransporteerd. De in de vorige volzin bedoelde post is een post die bij de categorie-indeling, bedoeld in artikel 18, voor het onderwerp ‘natuurverschijnselen’ 20 punten of meer scoort.
8. De ambtenaar waarvan tijdens zijn plaatsing bij een post op grond van dit artikel een deel van zijn boedel naar Nederland is getransporteerd, maakt bij zijn vervolgplaatsing naar een post naast het in het tweede dan wel derde lid bedoelde transport zo mogelijk tevens aanspraak op transport van het hiervoor bedoelde deel van zijn boedel vanuit Nederland naar die post.
9. Het deel van de boedel van de in het achtste lid bedoelde ambtenaar dat naar Nederland wordt getransporteerd kan op zijn verzoek in plaats van in opslag te worden gegeven geheel of gedeeltelijk bij een privéadres in Nederland worden afgeleverd tot ten hoogste het aantal m 3dat voor rijksrekening in opslag kan worden genomen. De volgende kosten die betrekking hebben op het afleveren van de in de vorige volzin bedoelde boedel komen bij aflevering bij een privéadres in Nederland voor rekening van het rijk:
a. de kosten van het transport en de aflevering;
b. alle invoerheffingen tot ten hoogste het bedrag van de verwachte opslagkosten in Nederland gedurende de resterende plaatsingsduur.
De ambtenaar voldoet de in onderdeel b bedoelde heffingen rechtstreeks aan de autoriteiten en declareert die kosten daarna bij 3W.
10. Het transport van de boedel geschiedt door of in opdracht van een door 3W aangewezen organisatie op de voor het rijk meest economische wijze.
11. De ambtenaar die met de in het tiende lid bedoelde organisatie afspreekt meer boedel te transporteren of de boedel op andere wijze of volgens een andere route te transporteren dan waarop hij krachtens dit artikel aanspraak maakt, voldoet de daarmee verband houdende extra kosten rechtstreeks aan die organisatie.
12. De boedel van de ambtenaar waarvan de plaatsing bij een post eindigt door beëindiging van het dienstverband wordt met inachtneming van dit artikel getransporteerd naar Nederland. Op verzoek van de ambtenaar kan die boedel in plaats van naar Nederland naar elders worden getransporteerd. De eventuele meerkosten van dat transport ten opzichte van een transport naar Nederland komen met inachtneming van het elfde lid voor rekening van de ambtenaar.
13. Voor de toepassing van deze paragraaf kan bij vervoer over land voor een 20 voet container en een 40 voet container ook worden gelezen ‘een verhuiscombinatie met de capaciteit van ten minste een 20 voet respectievelijk een 40 voet container’.
2. Indien de ambtenaar tijdens zijn plaatsing bij een post in een niet door het rijk ingerichte dienstwoning is of wordt gehuisvest, zulks ter beoordeling van DBV, vindt het transport van de boedel plaats in een 20 voet container dan wel, indien de omvang van de boedel dit niet toelaat, in een 40 voet container.
3. Indien de ambtenaar tijdens zijn plaatsing bij een post in een door het rijk ingerichte dienstwoning is of wordt gehuisvest, zulks ter beoordeling van DBV, vindt het transport van de boedel plaats in een 20 voet container. Indien de ambtenaar bij zijn overplaatsing over een boedel beschikt met een grotere omvang, wordt het meerdere met een maximum van 30 m 3naar Nederland getransporteerd.
4. In afwijking van het derde lid kan de ambtenaar die in een door het rijk ingerichte dienstwoning is of wordt gehuisvest verzoeken meer of minder boedel dan past in een 20 voet container naar de nieuwe standplaats te transporteren voor zover:
a. de omvang en de inrichting van dienstwoning dat mogelijk maakt, zulks ter beoordeling van DBV, en
b. het totaal van de te transporteren en in Nederland in opslag te geven boedel niet meer bedraagt dan 70 m3.
Na afloop van zijn plaatsing kan de ambtenaar bij zijn vervolgplaatsing zijn boedel overeenkomstig het tweede of derde lid laten transporteren dan wel opnieuw verzoeken om een afwijking als bedoeld in dit lid.
5. Indien aan de ambtenaar op de standplaats geen dienstwoning ter beschikking is of wordt gesteld, wordt ten hoogste 4 m 3boedel naar de nieuwe standplaats getransporteerd. Indien de ambtenaar bij zijn overplaatsing naar de hiervoor bedoelde standplaats een hoger volume aan verhuisboedel heeft dan 4 m 3, wordt het meerdere naar Nederland getransporteerd met een maximum van het aantal m 3dat zou hebben gegolden bij een overplaatsing naar Nederland.
6. a. In bijzondere gevallen, ter beoordeling van 3W, kan in afwijking van het eerste lid, het transport van de boedel door de lucht plaatsvinden. In dat geval wordt ten hoogste 30 m3 boedel getransporteerd met een maximumgewicht van 167 kilogram per m3 boedel.
b. In afwijking van onderdeel a kan 3W op verzoek van de ambtenaar toestaan dat er een gecombineerd transport plaatsvindt waarbij een deel van de boedel overeenkomstig het eerste lid wordt getransporteerd in een 20 voet container en ten hoogste 10 m3 van de rest van de boedel met een maximumgewicht van 167 kilogram per m3 boedel door de lucht, waarbij de totale omvang van de te transporteren boedel niet meer bedraagt dan 30 m3.
c. Indien de ambtenaar bij zijn overplaatsing een hoger volume aan verhuisboedel heeft dan het in a en b genoemde volume van 30 m3, wordt het meerdere tot een maximum van 30 m3 naar Nederland getransporteerd.
7. Op verzoek van de ambtenaar die wordt geplaatst bij een post met zware klimatologische omstandigheden die is opgenomen in Bijlage D, onder 1, wordt ten hoogste 2 m 3van tot zijn boedel behorende kostbaarheden die niet goed bestand zijn tegen die omstandigheden naar Nederland getransporteerd. De in de vorige volzin bedoelde post is een post die bij de categorie-indeling, bedoeld in artikel 18, voor het onderwerp ‘natuurverschijnselen’ 20 punten of meer scoort.
8. De ambtenaar waarvan tijdens zijn plaatsing bij een post op grond van dit artikel een deel van zijn boedel naar Nederland is getransporteerd, maakt bij zijn vervolgplaatsing naar een post naast het in het tweede dan wel derde lid bedoelde transport zo mogelijk tevens aanspraak op transport van het hiervoor bedoelde deel van zijn boedel vanuit Nederland naar die post.
9. Het deel van de boedel van de in het achtste lid bedoelde ambtenaar dat naar Nederland wordt getransporteerd kan op zijn verzoek in plaats van in opslag te worden gegeven geheel of gedeeltelijk bij een privéadres in Nederland worden afgeleverd tot ten hoogste het aantal m 3dat voor rijksrekening in opslag kan worden genomen. De volgende kosten die betrekking hebben op het afleveren van de in de vorige volzin bedoelde boedel komen bij aflevering bij een privéadres in Nederland voor rekening van het rijk:
a. de kosten van het transport en de aflevering;
b. alle invoerheffingen tot ten hoogste het bedrag van de verwachte opslagkosten in Nederland gedurende de resterende plaatsingsduur.
De ambtenaar voldoet de in onderdeel b bedoelde heffingen rechtstreeks aan de autoriteiten en declareert die kosten daarna bij 3W.
10. Het transport van de boedel geschiedt door of in opdracht van een door 3W aangewezen organisatie op de voor het rijk meest economische wijze.
11. De ambtenaar die met de in het tiende lid bedoelde organisatie afspreekt meer boedel te transporteren of de boedel op andere wijze of volgens een andere route te transporteren dan waarop hij krachtens dit artikel aanspraak maakt, voldoet de daarmee verband houdende extra kosten rechtstreeks aan die organisatie.
12. De boedel van de ambtenaar waarvan de plaatsing bij een post eindigt door beëindiging van het dienstverband wordt met inachtneming van dit artikel getransporteerd naar Nederland. Op verzoek van de ambtenaar kan die boedel in plaats van naar Nederland naar elders worden getransporteerd. De eventuele meerkosten van dat transport ten opzichte van een transport naar Nederland komen met inachtneming van het elfde lid voor rekening van de ambtenaar.
13. Voor de toepassing van deze paragraaf kan bij vervoer over land voor een 20 voet container en een 40 voet container ook worden gelezen ‘een verhuiscombinatie met de capaciteit van ten minste een 20 voet respectievelijk een 40 voet container’.