BWBR0041636
Geldig vanaf 2019-06-01
Artikel 3
Dienst Buitenlandse Zaken Voorzieningenstelsel 2018
1. Dit hoofdstuk is van toepassing op de bij een post geplaatste ambtenaar indien de duur van de plaatsing bij de aanvang daarvan is bepaald op een periode van ten minste twaalf maanden, met inachtneming van het tweede lid.
2. Voor tandempartners gelden de volgende afwijkende bepalingen:
a. voor de toepassing van de artikelen 8, 9, 15, 20, 26, 28, 29, 32 tot en met 34, 55 en 56 wordt onder ambtenaar verstaan de eerste tandempartner en geldt de tweede tandempartner als partner van de eerste tandempartner;
b. voor de toepassing van de artikelen 14 en 36 gelden beide tandempartners als ambtenaar zonder partner.
3. Indien de arbeidsduur van de ambtenaar tijdens zijn plaatsing bij een post op zijn aanvraag op minder uren wordt vastgesteld dan gemiddeld 36 uur per week, wordt zijn aanspraak op de voorzieningen, bedoeld in de artikelen 13, 14, 15, 27, derde lid, 32, 35, 36en 39, naar evenredigheid vastgesteld.
4. Het derde lid is van overeenkomstige toepassing indien:
a. aan de ambtenaar voor een deel van zijn arbeidsduur buitengewoon verlof in persoonlijk belang voor langer dan een maand is verleend, of
b. de gemiddelde wekelijkse werktijd van de ambtenaar van 57 jaar of ouder op zijn aanvraag met behoud van zijn arbeidsduur is teruggebracht op grond van artikel 38 van het RDBZ.
5. Indien buitengewoon verlof in persoonlijk belang dat aanvankelijk is verleend voor een periode van een maand of korter aansluitend wordt verlengd waardoor de totale duur van het buitengewoon verlof meer bedraagt dan een maand, is het derde lid van overeenkomstige toepassing vanaf het moment waarop het besluit tot verlenging is bekendgemaakt.
2. Voor tandempartners gelden de volgende afwijkende bepalingen:
a. voor de toepassing van de artikelen 8, 9, 15, 20, 26, 28, 29, 32 tot en met 34, 55 en 56 wordt onder ambtenaar verstaan de eerste tandempartner en geldt de tweede tandempartner als partner van de eerste tandempartner;
b. voor de toepassing van de artikelen 14 en 36 gelden beide tandempartners als ambtenaar zonder partner.
3. Indien de arbeidsduur van de ambtenaar tijdens zijn plaatsing bij een post op zijn aanvraag op minder uren wordt vastgesteld dan gemiddeld 36 uur per week, wordt zijn aanspraak op de voorzieningen, bedoeld in de artikelen 13, 14, 15, 27, derde lid, 32, 35, 36en 39, naar evenredigheid vastgesteld.
4. Het derde lid is van overeenkomstige toepassing indien:
a. aan de ambtenaar voor een deel van zijn arbeidsduur buitengewoon verlof in persoonlijk belang voor langer dan een maand is verleend, of
b. de gemiddelde wekelijkse werktijd van de ambtenaar van 57 jaar of ouder op zijn aanvraag met behoud van zijn arbeidsduur is teruggebracht op grond van artikel 38 van het RDBZ.
5. Indien buitengewoon verlof in persoonlijk belang dat aanvankelijk is verleend voor een periode van een maand of korter aansluitend wordt verlengd waardoor de totale duur van het buitengewoon verlof meer bedraagt dan een maand, is het derde lid van overeenkomstige toepassing vanaf het moment waarop het besluit tot verlenging is bekendgemaakt.