BWBR0041636
Geldig vanaf 2019-06-01
Artikel 15
Dienst Buitenlandse Zaken Voorzieningenstelsel 2018
1. De standplaatstoelage van de ambtenaar wordt verhoogd met een percentage van de standplaatstoelage die geldt voor functieniveau 11 op de desbetreffende standplaats indien een afhankelijk kind in een aaneengesloten periode van zes maanden, gerekend vanaf de dag van eerste aankomst van het kind op de standplaats, 120 dagen op de standplaats verblijft en deel uitmaakt van het gezin van de ambtenaar of met de ambtenaar gezamenlijk doorbrengt buiten de standplaats in verband met vakantie en andere gezinsactiviteiten. Dit percentage is voor een kind:
a. jonger dan twaalf jaar: 12,5% per kind;
b. vanaf twaalf jaar: 25,0% per kind.
2. De aanspraak op de in het eerste lid bedoelde verhoging van de standplaatstoelage vangt aan op de dag van eerste aankomst van het kind op de standplaats en eindigt op de dag dat het kind definitief van de standplaats vertrekt, met dien verstande dat bij definitief vertrek van de standplaats het gestelde in het tweede lid naar rato geldt.
a. jonger dan twaalf jaar: 12,5% per kind;
b. vanaf twaalf jaar: 25,0% per kind.
2. De aanspraak op de in het eerste lid bedoelde verhoging van de standplaatstoelage vangt aan op de dag van eerste aankomst van het kind op de standplaats en eindigt op de dag dat het kind definitief van de standplaats vertrekt, met dien verstande dat bij definitief vertrek van de standplaats het gestelde in het tweede lid naar rato geldt.