BWBR0041636
Geldig vanaf 2019-06-01
Artikel 99
Dienst Buitenlandse Zaken Voorzieningenstelsel 2018
1. De ambtenaar die op het moment van inwerkingtreding van deze regeling in het buitenland is geplaatst op grond van de artikelen 27en 29 van het RDBZen een buitenlandvergoeding ontvangt overeenkomstig het DBZV 2007komt in aanmerking voor een overgangsmaatregel als bedoeld in dit artikel indien zijn plaatsingsbesluit vóór 6 juni 2018 aan hem bekend is gemaakt en zijn buitenlandvergoeding tijdens zijn plaatsing sterk daalt als gevolg van de inwerkingtreding van deze regeling.
2. 3W berekent het verschil tussen de hoogte van de buitenlandvergoeding van de ambtenaar op basis van het DBZV 2007en op basis van deze regeling met de formule: X – Y = Z. Daarbij staat
– X voor het totaal dat de ambtenaar aan in het derde lid genoemde onderdelen aan buitenlandvergoeding op grond van het DVZV 2007 ontvangt op de dag voorafgaande aan de inwerkingtreding van deze regeling vermeerderd met 50% van een naar een maandbedrag teruggerekende tegemoetkoming in de oudedagsvoorziening als bedoeld in de Regeling oudedagsvoorziening partners uitgezonden ambtenaren BZ;
– Y voor het totaal dat de ambtenaar aan de in het derde lid genoemde onderdelen aan buitenlandvergoeding op grond van deze regeling ontvangt op de dag van inwerkingtreding van deze regeling;
– Z voor het verschil tussen X en Y.
3. De in het tweede lid bedoelde berekening wordt gebaseerd op het bedrag van de volgende onderdelen van het DBZV 2007en van deze regeling, tenzij anders aangegeven:
a. de standplaatstoelage van de ambtenaar en zijn gezinsleden;
b. de vergoeding huispersoneel;
c. de vergoeding passieve representatie van de ambtenaar en zijn partner;
d. de tegemoetkoming kosten van dubbele huishouding bij gescheiden gezinssituatie;
e. de tegemoetkoming overige kosten van dubbele huishouding bij gescheiden gezinssituatie;
f. de inhouding huisvesting;
g. de inhouding water- en energieverbruik;
h. de transportvergoeding;
i. de oudedagsvoorziening zoals opgenomen in deze regeling;
j. de tegemoetkoming kosten verblijf in een gastgezin;
k. de tegemoetkoming zelfstandige huisvesting;
l. de waarde van de volgens deze regeling toegekende extra verloftickets voor kinderen, partners en alleenstaande ambtenaren zoals die door 3W, na advies van de reisagent, eenmalig is vastgesteld en teruggerekend naar een maandbedrag.
4. Aanspraak op de overgangsmaatregel bestaat indien Z meer bedraagt dan het drempelbedrag. Het drempelbedrag bedraagt 10% van X.
5. De overgangsmaatregel wordt toegepast voor de resterende plaatsingsduur zoals die gold op de dag van inwerkingtreding van deze regeling met een maximum van 24 maanden.
6. Het bedrag van de overgangsmaatregel bedraagt gedurende de eerste twaalf maanden 100% van Z voor zover dat uitkomt boven het drempelbedrag en gedurende de daaropvolgende twaalf maanden 50% van Z voor zover dat uitkomt boven het drempelbedrag.
7. Het bedrag van de overgangsmaatregel kan worden verlaagd indien zich een belangrijke wijziging van omstandigheden voordoet waardoor handhaving van dat bedrag niet langer gerechtvaardigd is.
2. 3W berekent het verschil tussen de hoogte van de buitenlandvergoeding van de ambtenaar op basis van het DBZV 2007en op basis van deze regeling met de formule: X – Y = Z. Daarbij staat
– X voor het totaal dat de ambtenaar aan in het derde lid genoemde onderdelen aan buitenlandvergoeding op grond van het DVZV 2007 ontvangt op de dag voorafgaande aan de inwerkingtreding van deze regeling vermeerderd met 50% van een naar een maandbedrag teruggerekende tegemoetkoming in de oudedagsvoorziening als bedoeld in de Regeling oudedagsvoorziening partners uitgezonden ambtenaren BZ;
– Y voor het totaal dat de ambtenaar aan de in het derde lid genoemde onderdelen aan buitenlandvergoeding op grond van deze regeling ontvangt op de dag van inwerkingtreding van deze regeling;
– Z voor het verschil tussen X en Y.
3. De in het tweede lid bedoelde berekening wordt gebaseerd op het bedrag van de volgende onderdelen van het DBZV 2007en van deze regeling, tenzij anders aangegeven:
a. de standplaatstoelage van de ambtenaar en zijn gezinsleden;
b. de vergoeding huispersoneel;
c. de vergoeding passieve representatie van de ambtenaar en zijn partner;
d. de tegemoetkoming kosten van dubbele huishouding bij gescheiden gezinssituatie;
e. de tegemoetkoming overige kosten van dubbele huishouding bij gescheiden gezinssituatie;
f. de inhouding huisvesting;
g. de inhouding water- en energieverbruik;
h. de transportvergoeding;
i. de oudedagsvoorziening zoals opgenomen in deze regeling;
j. de tegemoetkoming kosten verblijf in een gastgezin;
k. de tegemoetkoming zelfstandige huisvesting;
l. de waarde van de volgens deze regeling toegekende extra verloftickets voor kinderen, partners en alleenstaande ambtenaren zoals die door 3W, na advies van de reisagent, eenmalig is vastgesteld en teruggerekend naar een maandbedrag.
4. Aanspraak op de overgangsmaatregel bestaat indien Z meer bedraagt dan het drempelbedrag. Het drempelbedrag bedraagt 10% van X.
5. De overgangsmaatregel wordt toegepast voor de resterende plaatsingsduur zoals die gold op de dag van inwerkingtreding van deze regeling met een maximum van 24 maanden.
6. Het bedrag van de overgangsmaatregel bedraagt gedurende de eerste twaalf maanden 100% van Z voor zover dat uitkomt boven het drempelbedrag en gedurende de daaropvolgende twaalf maanden 50% van Z voor zover dat uitkomt boven het drempelbedrag.
7. Het bedrag van de overgangsmaatregel kan worden verlaagd indien zich een belangrijke wijziging van omstandigheden voordoet waardoor handhaving van dat bedrag niet langer gerechtvaardigd is.