BWBR0041636
Geldig vanaf 2019-06-01
Artikel 2
Dienst Buitenlandse Zaken Voorzieningenstelsel 2018
1. Voorzieningen die op grond van deze regeling worden toegekend, zijn gebaseerd op het voor de ambtenaar tijdens de plaatsing geldende functieniveau, tenzij anders is bepaald.
2. Indien het functieniveau niet is vastgesteld, wordt vóór de plaatsing het functieniveau bepaald dat voor de toepassing van deze regeling gedurende de plaatsingsperiode voor de ambtenaar zal gelden. Het aldus bepaalde functieniveau wordt schriftelijk aan de ambtenaar medegedeeld.
3. Indien het functieniveau gedurende de plaatsingsperiode wordt vastgesteld of gewijzigd, blijft voor de toepassing van deze regeling het functieniveau gelden dat bij het begin van zijn plaatsing voor de ambtenaar gold, tenzij het daarna vastgestelde of gewijzigde functieniveau hoger is, in welk geval het hogere functieniveau zal gelden vanaf de dag waarop dat hogere functieniveau ingaat.
4. Indien meer ambtenaren voor hetzelfde afhankelijk kind een beroep doen op toepassing van deze regeling, wordt door 3W degene aangewezen die als enig rechthebbende wordt aangemerkt.
5. Voor zover uit anderen hoofde een voorziening is of kan worden verkregen ter zake van extra uitgaven en kosten die in deze regeling worden bestreken, bestaat daarvoor geen aanspraak op toepassing van deze regeling.
6. Op grond van deze regeling verstrekte voorzieningen zijn onvervreemdbaar en niet vatbaar voor verpanding of belening.
7. Voor de berekening van vergoedingen, tegemoetkomingen of inhoudingen over een gedeelte van een maand, wordt de maand op het aantal dagen van die maand gesteld, tenzij anders is bepaald.
8. Artikel 1, onder k, l en m, is van overeenkomstige toepassing indien de partner:
a. ambtenaar is van een ander ministerie en op grond van artikel 8, achtste lid, van het RDBZ aanspraak maakt of kan maken op voorzieningen als bedoeld in deze regeling, of
b. een persoon is als bedoeld in artikel 8, vijfde lid, van het RDBZ die tijdelijk werkzaamheden uitoefent bij een post en aanspraak maakt of kan maken op voorzieningen als bedoeld in deze regeling.
9. Indien een vergoeding, tegemoetkoming of inhouding in deze regeling rekenkundig is gerelateerd aan het bruto- of nettosalaris, is de berekeningsgrondslag het bruto- of nettosalaris dat op het betaalmoment van de desbetreffende maand van toepassing is. Indien dat salaris nadien met terugwerkende kracht wordt gewijzigd, wordt de hoogte van de desbetreffende vergoeding, tegemoetkoming of inhouding met inachtneming van het gewijzigde salaris opnieuw vastgesteld.
10. Op twee ambtenaren die een gezamenlijke huishouding voeren maar niet elkaars partner zijn als bedoeld in artikel 1, onderdeel k, is artikel 1, onderdelen l en m, van overeenkomstige toepassing.
11. Tenzij in deze regeling anders is bepaald, worden besluiten in het kader van deze regeling namens de Minister van Buitenlandse Zaken genomen door 3W.
12. HDPO kan 3W omtrent het nemen van besluiten in het kader van deze regeling aanwijzingen geven.
2. Indien het functieniveau niet is vastgesteld, wordt vóór de plaatsing het functieniveau bepaald dat voor de toepassing van deze regeling gedurende de plaatsingsperiode voor de ambtenaar zal gelden. Het aldus bepaalde functieniveau wordt schriftelijk aan de ambtenaar medegedeeld.
3. Indien het functieniveau gedurende de plaatsingsperiode wordt vastgesteld of gewijzigd, blijft voor de toepassing van deze regeling het functieniveau gelden dat bij het begin van zijn plaatsing voor de ambtenaar gold, tenzij het daarna vastgestelde of gewijzigde functieniveau hoger is, in welk geval het hogere functieniveau zal gelden vanaf de dag waarop dat hogere functieniveau ingaat.
4. Indien meer ambtenaren voor hetzelfde afhankelijk kind een beroep doen op toepassing van deze regeling, wordt door 3W degene aangewezen die als enig rechthebbende wordt aangemerkt.
5. Voor zover uit anderen hoofde een voorziening is of kan worden verkregen ter zake van extra uitgaven en kosten die in deze regeling worden bestreken, bestaat daarvoor geen aanspraak op toepassing van deze regeling.
6. Op grond van deze regeling verstrekte voorzieningen zijn onvervreemdbaar en niet vatbaar voor verpanding of belening.
7. Voor de berekening van vergoedingen, tegemoetkomingen of inhoudingen over een gedeelte van een maand, wordt de maand op het aantal dagen van die maand gesteld, tenzij anders is bepaald.
8. Artikel 1, onder k, l en m, is van overeenkomstige toepassing indien de partner:
a. ambtenaar is van een ander ministerie en op grond van artikel 8, achtste lid, van het RDBZ aanspraak maakt of kan maken op voorzieningen als bedoeld in deze regeling, of
b. een persoon is als bedoeld in artikel 8, vijfde lid, van het RDBZ die tijdelijk werkzaamheden uitoefent bij een post en aanspraak maakt of kan maken op voorzieningen als bedoeld in deze regeling.
9. Indien een vergoeding, tegemoetkoming of inhouding in deze regeling rekenkundig is gerelateerd aan het bruto- of nettosalaris, is de berekeningsgrondslag het bruto- of nettosalaris dat op het betaalmoment van de desbetreffende maand van toepassing is. Indien dat salaris nadien met terugwerkende kracht wordt gewijzigd, wordt de hoogte van de desbetreffende vergoeding, tegemoetkoming of inhouding met inachtneming van het gewijzigde salaris opnieuw vastgesteld.
10. Op twee ambtenaren die een gezamenlijke huishouding voeren maar niet elkaars partner zijn als bedoeld in artikel 1, onderdeel k, is artikel 1, onderdelen l en m, van overeenkomstige toepassing.
11. Tenzij in deze regeling anders is bepaald, worden besluiten in het kader van deze regeling namens de Minister van Buitenlandse Zaken genomen door 3W.
12. HDPO kan 3W omtrent het nemen van besluiten in het kader van deze regeling aanwijzingen geven.