BWBR0041636
Geldig vanaf 2019-06-01
Artikel 51
Dienst Buitenlandse Zaken Voorzieningenstelsel 2018
1. Indien een afhankelijk kind vanwege een erkende reden als bedoeld in artikel 50, tweede lid, in een internaat verblijft, worden de ter zake van het verblijf door het internaat in rekening gebrachte kosten aan de ambtenaar vergoed, indien het kind de leeftijd van 20 jaar nog niet heeft bereikt en primair of secundair onderwijs volgt en met inachtneming van het tweede tot en met vierde lid en artikel 54.
2. De vergoeding van internaatskosten bedraagt voor een schooljaar ten hoogste het bedrag van het door Bas Bouwlust te Den Haag voor dat schooljaar vastgestelde internaatstarief, welk tarief is vermeld in Bijlage B, onder 16. Indien de ambtenaar een vergoeding voor de kosten van het volgen van primair of secundair onderwijs ontvangt die lager is dan de in artikel 81, eerste tot en met derde lid, bedoelde voor het kind geldende maximum vergoeding, wordt het in de eerste volzin bedoelde maximum van de vergoeding van internaatskosten verhoogd met het verschil tussen de ontvangen vergoeding voor de kosten van het volgen van primair of secundair onderwijs en de in artikel 81, eerste tot en met derde lid, bedoelde maximum vergoeding.
3. Ingeval van gehele of gedeeltelijke restitutie door het internaat van kosten waarvoor de ambtenaar een vergoeding heeft ontvangen, wordt het gerestitueerde bedrag door de ambtenaar terugbetaald aan het rijk.
4. Zolang een andere persoon die als ouder in een familierechtelijke betrekking staat tot het kind niet tot de huishouding van de ambtenaar op de standplaats behoort, bestaat geen aanspraak op de tegemoetkoming in de kosten van verblijf in een internaat, tenzij de ambtenaar is gescheiden en het niet op de standplaats verblijvende kind financieel voor meer dan de helft ten laste van de ambtenaar komt.
2. De vergoeding van internaatskosten bedraagt voor een schooljaar ten hoogste het bedrag van het door Bas Bouwlust te Den Haag voor dat schooljaar vastgestelde internaatstarief, welk tarief is vermeld in Bijlage B, onder 16. Indien de ambtenaar een vergoeding voor de kosten van het volgen van primair of secundair onderwijs ontvangt die lager is dan de in artikel 81, eerste tot en met derde lid, bedoelde voor het kind geldende maximum vergoeding, wordt het in de eerste volzin bedoelde maximum van de vergoeding van internaatskosten verhoogd met het verschil tussen de ontvangen vergoeding voor de kosten van het volgen van primair of secundair onderwijs en de in artikel 81, eerste tot en met derde lid, bedoelde maximum vergoeding.
3. Ingeval van gehele of gedeeltelijke restitutie door het internaat van kosten waarvoor de ambtenaar een vergoeding heeft ontvangen, wordt het gerestitueerde bedrag door de ambtenaar terugbetaald aan het rijk.
4. Zolang een andere persoon die als ouder in een familierechtelijke betrekking staat tot het kind niet tot de huishouding van de ambtenaar op de standplaats behoort, bestaat geen aanspraak op de tegemoetkoming in de kosten van verblijf in een internaat, tenzij de ambtenaar is gescheiden en het niet op de standplaats verblijvende kind financieel voor meer dan de helft ten laste van de ambtenaar komt.