BWBR0041636
Geldig vanaf 2019-06-01
Artikel 69
Dienst Buitenlandse Zaken Voorzieningenstelsel 2018
1. Aan de in overplaatsing zijnde ambtenaar worden in de overplaatsingsperiode de kosten van tijdelijke huisvesting vergoed tot ten hoogste het in derde lid bedoelde bedrag, met uitzondering van kosten die de ambtenaar maakt voor zijn privéwoning of die van één van zijn gezinsleden, met inachtneming van het tweede tot en met vierde lid.
2. De in het eerste lid genoemde overplaatsingsperiode betreft het volgende tijdvak:
a. bij overplaatsing van een post naar een post: vanaf de dag volgende op de dag waarop de werkzaamheden bij de post worden beëindigd tot de dag waarop de werkzaamheden bij de volgende post worden aangevangen, met een maximum van 42 opeenvolgende dagen;
b. bij overplaatsing van Nederland naar een post: vanaf de dag waarop de ambtenaar zijn woning heeft verlaten, tot de dag waarop de ambtenaar zijn werkzaamheden bij de post aanvangt, met een maximum van 21 opeenvolgende dagen;
c. bij overplaatsing van een post naar Nederland dan wel indien het dienstverband is of wordt beëindigd: vanaf de dag waarop de ambtenaar van de standplaats vertrekt tot de dag waarop de boedel is afgeleverd in een woning, anders dan ter tijdelijke huisvesting, met een maximum van 91 opeenvolgende dagen.
3. De maximale tegemoetkoming in de kosten van tijdelijke huisvesting wordt op de volgende wijze berekend:
a. het voor logies bestemde deel van de dagvergoeding welke geldt voor dienstreizen in Nederland, wordt vermenigvuldigd met het aantal dagen van de overplaatsingsperiode;
b. op het onder a berekende bedrag wordt een bedrag in mindering gebracht ter grootte van de in artikel 8, tweede lid, bedoelde inhouding huisvesting, berekend naar de periode waarop de tegemoetkoming in de kosten van tijdelijke huisvesting betrekking heeft.
4. Indien voorafgaande aan de overplaatsingsperiode een tegemoetkoming in de kosten van dubbele huishouding als bedoeld in artikel 45, eerste lid, is toegekend:
a. komt de ambtenaar bij overplaatsing naar Nederland niet in aanmerking voor een tegemoetkoming in de kosten van tijdelijke huisvesting;
b. komt de ambtenaar bij overplaatsing naar een post uitsluitend in aanmerking voor een tegemoetkoming in de kosten van tijdelijke huisvesting indien de partner vanaf de dag van zijn aankomst op de volgende standplaats tot zijn huishouding aldaar gaat behoren. In dit geval omvat de overplaatsingsperiode het tijdvak, genoemd in het tweede lid, onder b, waarbij onder ‘de ambtenaar zijn woning heeft verlaten’ dient te worden gelezen: de partner zijn woning heeft verlaten.
2. De in het eerste lid genoemde overplaatsingsperiode betreft het volgende tijdvak:
a. bij overplaatsing van een post naar een post: vanaf de dag volgende op de dag waarop de werkzaamheden bij de post worden beëindigd tot de dag waarop de werkzaamheden bij de volgende post worden aangevangen, met een maximum van 42 opeenvolgende dagen;
b. bij overplaatsing van Nederland naar een post: vanaf de dag waarop de ambtenaar zijn woning heeft verlaten, tot de dag waarop de ambtenaar zijn werkzaamheden bij de post aanvangt, met een maximum van 21 opeenvolgende dagen;
c. bij overplaatsing van een post naar Nederland dan wel indien het dienstverband is of wordt beëindigd: vanaf de dag waarop de ambtenaar van de standplaats vertrekt tot de dag waarop de boedel is afgeleverd in een woning, anders dan ter tijdelijke huisvesting, met een maximum van 91 opeenvolgende dagen.
3. De maximale tegemoetkoming in de kosten van tijdelijke huisvesting wordt op de volgende wijze berekend:
a. het voor logies bestemde deel van de dagvergoeding welke geldt voor dienstreizen in Nederland, wordt vermenigvuldigd met het aantal dagen van de overplaatsingsperiode;
b. op het onder a berekende bedrag wordt een bedrag in mindering gebracht ter grootte van de in artikel 8, tweede lid, bedoelde inhouding huisvesting, berekend naar de periode waarop de tegemoetkoming in de kosten van tijdelijke huisvesting betrekking heeft.
4. Indien voorafgaande aan de overplaatsingsperiode een tegemoetkoming in de kosten van dubbele huishouding als bedoeld in artikel 45, eerste lid, is toegekend:
a. komt de ambtenaar bij overplaatsing naar Nederland niet in aanmerking voor een tegemoetkoming in de kosten van tijdelijke huisvesting;
b. komt de ambtenaar bij overplaatsing naar een post uitsluitend in aanmerking voor een tegemoetkoming in de kosten van tijdelijke huisvesting indien de partner vanaf de dag van zijn aankomst op de volgende standplaats tot zijn huishouding aldaar gaat behoren. In dit geval omvat de overplaatsingsperiode het tijdvak, genoemd in het tweede lid, onder b, waarbij onder ‘de ambtenaar zijn woning heeft verlaten’ dient te worden gelezen: de partner zijn woning heeft verlaten.