BWBR0041636
Geldig vanaf 2019-06-01
Artikel 11
Dienst Buitenlandse Zaken Voorzieningenstelsel 2018
1. Per standplaats wordt een koopkrachtcorrectiefactor vastgesteld overeenkomstig de door het onafhankelijk instituut berekende index, met dien verstande dat de koopkrachtcorrectiefactor niet hoger zal zijn dan 3,5 en niet lager zal zijn dan 0,7.
2. a. De in het eerste lid bedoelde index wordt door het onafhankelijk instituut berekend aan de hand van het verschil tussen het prijspeil in Nederland en het prijspeil op de standplaats betreffende de bestedingen, bedoeld in artikel 10, eerste lid, die de ambtenaar wordt geacht op de standplaats te doen.
b. Indien op een standplaats een schaarste aan goederen is ontstaan waardoor de ambtenaar genoodzaakt is meer goederen buiten het land van plaatsing aan te schaffen, kan het onafhankelijk instituut worden gevraagd een koopkrachtcorrectiefactor te berekenen op basis van aankopen op de standplaats en elders op de naar zijn oordeel meest voor de hand liggende plaats van besteding.
3. a. De koopkrachtcorrectiefactor wordt per 1 februari van ieder jaar vastgesteld overeenkomstig: 1°. de ontwikkeling van het prijspeil in Nederland;
2°. de ontwikkeling van het prijspeil op de standplaats;
3°. de ontwikkeling van de koersverhouding tussen de euro en de op de standplaats officieel gangbare valuta;
4°. de ontwikkeling van het aanbod van goederen en diensten op de standplaats, en indien toepassing is gegeven aan het tweede lid, onder b, tevens overeenkomstig:
5°. de ontwikkeling van het prijspeil in de in het tweede lid, onder b, bedoelde meest voor de hand liggende plaats van besteding, en
6°. de ontwikkeling van de koersverhouding tussen de euro en de in het tweede lid, onder b, bedoelde meest voor de hand liggende plaats van besteding officieel gangbare valuta.
1°. de ontwikkeling van het prijspeil in Nederland;
2°. de ontwikkeling van het prijspeil op de standplaats;
3°. de ontwikkeling van de koersverhouding tussen de euro en de op de standplaats officieel gangbare valuta;
4°. de ontwikkeling van het aanbod van goederen en diensten op de standplaats, en indien toepassing is gegeven aan het tweede lid, onder b, tevens overeenkomstig:
5°. de ontwikkeling van het prijspeil in de in het tweede lid, onder b, bedoelde meest voor de hand liggende plaats van besteding, en
6°. de ontwikkeling van de koersverhouding tussen de euro en de in het tweede lid, onder b, bedoelde meest voor de hand liggende plaats van besteding officieel gangbare valuta.
b. De koopkrachtcorrectiefactor wordt per 1 augustus van ieder jaar vastgesteld overeenkomstig de onder a, ten 1° tot en met 3°, bedoelde ontwikkelingen en, indien toepassing is gegeven aan het tweede lid, onder b, de onder a, ten 5° en 6°, bedoelde ontwikkelingen.
c. Indien als gevolg van prijs- of koersontwikkelingen een stijging of daling van 7 procent of meer optreedt in de koopkrachtsituatie op de standplaats kan worden bepaald dat de onder b bedoelde aanpassing bovendien per 1 mei of 1 november plaatsvindt.
4. Onverminderd het derde lid wordt de koopkrachtcorrectiefactor voor de in Bijlage C, onder 5, vermelde landen maandelijks per de eerste dag van de maand vastgesteld, met uitzondering van de maanden februari en augustus, overeenkomstig:
1°. de ontwikkeling van de koersverhouding tussen de euro en de op de standplaats officieel gangbare valuta, en
2°. de ontwikkeling van de koersverhouding tussen de euro en de in of bij de in het derde lid, onder ten 5°, bedoelde plaats van besteding officieel gangbare valuta.
5. De in Bijlage C, onder 5, opgenomen lijst met landen wordt jaarlijks per 1 januari vastgesteld overeenkomstig de meest recente gegevens.
2. a. De in het eerste lid bedoelde index wordt door het onafhankelijk instituut berekend aan de hand van het verschil tussen het prijspeil in Nederland en het prijspeil op de standplaats betreffende de bestedingen, bedoeld in artikel 10, eerste lid, die de ambtenaar wordt geacht op de standplaats te doen.
b. Indien op een standplaats een schaarste aan goederen is ontstaan waardoor de ambtenaar genoodzaakt is meer goederen buiten het land van plaatsing aan te schaffen, kan het onafhankelijk instituut worden gevraagd een koopkrachtcorrectiefactor te berekenen op basis van aankopen op de standplaats en elders op de naar zijn oordeel meest voor de hand liggende plaats van besteding.
3. a. De koopkrachtcorrectiefactor wordt per 1 februari van ieder jaar vastgesteld overeenkomstig: 1°. de ontwikkeling van het prijspeil in Nederland;
2°. de ontwikkeling van het prijspeil op de standplaats;
3°. de ontwikkeling van de koersverhouding tussen de euro en de op de standplaats officieel gangbare valuta;
4°. de ontwikkeling van het aanbod van goederen en diensten op de standplaats, en indien toepassing is gegeven aan het tweede lid, onder b, tevens overeenkomstig:
5°. de ontwikkeling van het prijspeil in de in het tweede lid, onder b, bedoelde meest voor de hand liggende plaats van besteding, en
6°. de ontwikkeling van de koersverhouding tussen de euro en de in het tweede lid, onder b, bedoelde meest voor de hand liggende plaats van besteding officieel gangbare valuta.
1°. de ontwikkeling van het prijspeil in Nederland;
2°. de ontwikkeling van het prijspeil op de standplaats;
3°. de ontwikkeling van de koersverhouding tussen de euro en de op de standplaats officieel gangbare valuta;
4°. de ontwikkeling van het aanbod van goederen en diensten op de standplaats, en indien toepassing is gegeven aan het tweede lid, onder b, tevens overeenkomstig:
5°. de ontwikkeling van het prijspeil in de in het tweede lid, onder b, bedoelde meest voor de hand liggende plaats van besteding, en
6°. de ontwikkeling van de koersverhouding tussen de euro en de in het tweede lid, onder b, bedoelde meest voor de hand liggende plaats van besteding officieel gangbare valuta.
b. De koopkrachtcorrectiefactor wordt per 1 augustus van ieder jaar vastgesteld overeenkomstig de onder a, ten 1° tot en met 3°, bedoelde ontwikkelingen en, indien toepassing is gegeven aan het tweede lid, onder b, de onder a, ten 5° en 6°, bedoelde ontwikkelingen.
c. Indien als gevolg van prijs- of koersontwikkelingen een stijging of daling van 7 procent of meer optreedt in de koopkrachtsituatie op de standplaats kan worden bepaald dat de onder b bedoelde aanpassing bovendien per 1 mei of 1 november plaatsvindt.
4. Onverminderd het derde lid wordt de koopkrachtcorrectiefactor voor de in Bijlage C, onder 5, vermelde landen maandelijks per de eerste dag van de maand vastgesteld, met uitzondering van de maanden februari en augustus, overeenkomstig:
1°. de ontwikkeling van de koersverhouding tussen de euro en de op de standplaats officieel gangbare valuta, en
2°. de ontwikkeling van de koersverhouding tussen de euro en de in of bij de in het derde lid, onder ten 5°, bedoelde plaats van besteding officieel gangbare valuta.
5. De in Bijlage C, onder 5, opgenomen lijst met landen wordt jaarlijks per 1 januari vastgesteld overeenkomstig de meest recente gegevens.