BWBR0041636
Geldig vanaf 2019-06-01
Artikel 31
Dienst Buitenlandse Zaken Voorzieningenstelsel 2018
1. Ingeval de ambtenaar of zijn partner of kind waarvoor hij een verhoging van de standplaatstoelage ontvangt als bedoeld in de artikelen 14en 15komt te overlijden, komen de volgende kosten, zo mogelijk rechtstreeks, voor rekening van het rijk:
a. indien de nabestaanden hulp behoeven bij het afwikkelen van met het overlijden verband houdende formaliteiten: de reiskosten van overkomst van een bijstand verlenende derde tot ten hoogste de kosten van een reis van Nederland naar de standplaats vice versa, en
b. de kosten van: 1°. ingeval van een begrafenis of crematie anders dan ter plaatse van het overlijden: het vervoer van het stoffelijk overschot tot ten hoogste de kosten van vervoer van de standplaats naar Den Haag, inclusief de kosten van afleggen, bekisten, bewaring en vrijgifte, alsmede de reiskosten naar deze bestemming vice versa tot ten hoogste de reiskosten naar Nederland vice versa, van gezinsleden voor wie op grond van deze regeling een vergoeding is toegekend, of
2°. ingeval van een begrafenis of crematie ter plaatse van het overlijden: de reiskosten van overkomst vice versa van gezinsleden en bloed- en aanverwanten in de eerste en tweede graad tot ten hoogste de kosten, bedoeld ten 1°.
1°. ingeval van een begrafenis of crematie anders dan ter plaatse van het overlijden: het vervoer van het stoffelijk overschot tot ten hoogste de kosten van vervoer van de standplaats naar Den Haag, inclusief de kosten van afleggen, bekisten, bewaring en vrijgifte, alsmede de reiskosten naar deze bestemming vice versa tot ten hoogste de reiskosten naar Nederland vice versa, van gezinsleden voor wie op grond van deze regeling een vergoeding is toegekend, of
2°. ingeval van een begrafenis of crematie ter plaatse van het overlijden: de reiskosten van overkomst vice versa van gezinsleden en bloed- en aanverwanten in de eerste en tweede graad tot ten hoogste de kosten, bedoeld ten 1°.
2. Ter zake van de reiskosten is het Reisbesluit buitenlandvan overeenkomstige toepassing met dien verstande dat voor een dergelijke reis een ticket wordt verstrekt overeenkomstig de artikelen 6en 7 van de Regeling buitenlandse reizen BZ 2017.
3. In het eerste lid, onder a en onder b, ten 1°, wordt, indien de ambtenaar ten tijde van het overlijden van dienstwege op een andere plaats dan de standplaats verblijft, voor ‘de standplaats’ telkens gelezen: de plaats van overlijden.
a. indien de nabestaanden hulp behoeven bij het afwikkelen van met het overlijden verband houdende formaliteiten: de reiskosten van overkomst van een bijstand verlenende derde tot ten hoogste de kosten van een reis van Nederland naar de standplaats vice versa, en
b. de kosten van: 1°. ingeval van een begrafenis of crematie anders dan ter plaatse van het overlijden: het vervoer van het stoffelijk overschot tot ten hoogste de kosten van vervoer van de standplaats naar Den Haag, inclusief de kosten van afleggen, bekisten, bewaring en vrijgifte, alsmede de reiskosten naar deze bestemming vice versa tot ten hoogste de reiskosten naar Nederland vice versa, van gezinsleden voor wie op grond van deze regeling een vergoeding is toegekend, of
2°. ingeval van een begrafenis of crematie ter plaatse van het overlijden: de reiskosten van overkomst vice versa van gezinsleden en bloed- en aanverwanten in de eerste en tweede graad tot ten hoogste de kosten, bedoeld ten 1°.
1°. ingeval van een begrafenis of crematie anders dan ter plaatse van het overlijden: het vervoer van het stoffelijk overschot tot ten hoogste de kosten van vervoer van de standplaats naar Den Haag, inclusief de kosten van afleggen, bekisten, bewaring en vrijgifte, alsmede de reiskosten naar deze bestemming vice versa tot ten hoogste de reiskosten naar Nederland vice versa, van gezinsleden voor wie op grond van deze regeling een vergoeding is toegekend, of
2°. ingeval van een begrafenis of crematie ter plaatse van het overlijden: de reiskosten van overkomst vice versa van gezinsleden en bloed- en aanverwanten in de eerste en tweede graad tot ten hoogste de kosten, bedoeld ten 1°.
2. Ter zake van de reiskosten is het Reisbesluit buitenlandvan overeenkomstige toepassing met dien verstande dat voor een dergelijke reis een ticket wordt verstrekt overeenkomstig de artikelen 6en 7 van de Regeling buitenlandse reizen BZ 2017.
3. In het eerste lid, onder a en onder b, ten 1°, wordt, indien de ambtenaar ten tijde van het overlijden van dienstwege op een andere plaats dan de standplaats verblijft, voor ‘de standplaats’ telkens gelezen: de plaats van overlijden.