BWBR0041636
Geldig vanaf 2019-06-01
Artikel 84
Dienst Buitenlandse Zaken Voorzieningenstelsel 2018
1. Teneinde een afhankelijk kind dat primair of secundair onderwijs volgt aan een Nederlandstalige onderwijsinstelling in staat te stellen de taal bij te houden waarin het direct voorafgaande aan de overplaatsing van de ambtenaar naar Nederland ten minste twee achtereenvolgende schooljaren voor rijksrekening onderwijs heeft gevolgd, worden de kosten van het volgen van lessen in die taal aan hem vergoed, voor zover:
a. deze kosten betrekking hebben op een periode van ten hoogste zes jaar vanaf de dag van aankomst van de ambtenaar in Nederland;
b. de lessen worden gegeven door een tot lesgeven in de desbetreffende taal bevoegde persoon of worden gevolgd aan een passende onderwijsinstelling.
2. Vergoeding geschiedt tot ten hoogste het in Bijlage B, onder 22, vermelde bedrag per aaneengesloten periode van twaalf maanden waarin de lessen worden gevolgd, welk bedrag jaarlijks per 1 januari wordt vastgesteld overeenkomstig artikel 24, derde lid.
3. Teneinde een afhankelijk kind dat primair of secundair niet-Nederlandstalig onderwijs volgt in staat te stellen aanvullende lessen in de Nederlandse taal te volgen, worden de kosten van het volgen van lessen in de Nederlandse taal overeenkomstig het eerste lid aan de ambtenaar vergoed, met dien verstande dat vergoeding geschiedt tot ten hoogste 50% van het in Bijlage B, onder 8, vermelde bedrag.
4. De ambtenaar die op een post wordt geplaatst, blijft voor zijn in Nederland achterblijvend afhankelijk kind aanspraak maken op de in dit artikel bedoelde vergoeding onder de daarvoor gestelde voorwaarden.
a. deze kosten betrekking hebben op een periode van ten hoogste zes jaar vanaf de dag van aankomst van de ambtenaar in Nederland;
b. de lessen worden gegeven door een tot lesgeven in de desbetreffende taal bevoegde persoon of worden gevolgd aan een passende onderwijsinstelling.
2. Vergoeding geschiedt tot ten hoogste het in Bijlage B, onder 22, vermelde bedrag per aaneengesloten periode van twaalf maanden waarin de lessen worden gevolgd, welk bedrag jaarlijks per 1 januari wordt vastgesteld overeenkomstig artikel 24, derde lid.
3. Teneinde een afhankelijk kind dat primair of secundair niet-Nederlandstalig onderwijs volgt in staat te stellen aanvullende lessen in de Nederlandse taal te volgen, worden de kosten van het volgen van lessen in de Nederlandse taal overeenkomstig het eerste lid aan de ambtenaar vergoed, met dien verstande dat vergoeding geschiedt tot ten hoogste 50% van het in Bijlage B, onder 8, vermelde bedrag.
4. De ambtenaar die op een post wordt geplaatst, blijft voor zijn in Nederland achterblijvend afhankelijk kind aanspraak maken op de in dit artikel bedoelde vergoeding onder de daarvoor gestelde voorwaarden.