BWBR0041636
Geldig vanaf 2019-06-01
Artikel 64
Dienst Buitenlandse Zaken Voorzieningenstelsel 2018
1. Indien het aantal personen voor wie de ambtenaar een verhoging van de standplaats als bedoeld in de artikelen 14en 15ontvangt tussentijds wijzigt, maakt hij in de volgende gevallen en tot ten hoogste het daarbij aangegeven volume aanspraak op tussentijds transport van een deel van de boedel:
a. bij geboorte van een afhankelijk kind of aankomst van een afhankelijk kind jonger dan 1 jaar op een standplaats die is opgenomen in Bijlage D, onder 2, naar de keuze van de ambtenaar: vanuit Nederland 4 m3 boedel vervoerd over zee of over land dan wel 2 m3 boedel vervoerd door de lucht. De in de vorige volzin bedoelde standplaats is een standplaats die bij de categorie-indeling, bedoeld in artikel 18, voor het onderwerp ‘goederen en diensten’ 10 punten of meer scoort voor het onderdeel goederen. Het transport van de extra boedel kan plaatsvinden vanaf drie maanden voorafgaande aan de vermoedelijke bevallingsdatum zoals die blijkt uit een door de ambtenaar overgelegde verklaring van een geneeskundige of verlofkundige;
b. bij aankomst op of definitief vertrek van de standplaats van een afhankelijk kind van 1 jaar of ouder of van de partner: vanuit respectievelijk naar Nederland 2 m3 boedel vervoerd over zee of over land dan wel, in bijzondere gevallen ter beoordeling van 3W, door de lucht.
2. In afwijking van het eerste lid, onderdeel b, wordt op verzoek van de ambtenaar die bij zijn verhuizing naar de standplaats aanspraak maakte op transport van de boedel in een 40 voet container, ten behoeve van zijn definitief van de standplaats vertrekkende partner dan wel partner met één of meer afhankelijke kinderen een deel van de boedel in een 20 voet container naar Nederland getransporteerd. De ambtenaar die gebruik heeft gemaakt van de in de vorige volzin bedoelde mogelijkheid, maakt bij zijn definitief vertrek van de standplaats, in afwijking van artikel 63, tweede lid, nog slechts aanspraak op transport over zee of over land van de resterende boedel in een 20 voet container.
3. In afwijking van het eerste lid, onderdeel b, wordt op verzoek van de ambtenaar wiens boedel bij zijn verhuizing naar de standplaats voor rijksrekening door de lucht is getransporteerd, ten behoeve van zijn definitief van de standplaats vertrekkende partner dan wel partner met één of meer afhankelijke kinderen maximaal 15 m 3boedel met een maximum gewicht van 167 kilogram per m 3boedel door de lucht naar Nederland getransporteerd. De ambtenaar die gebruik heeft gemaakt van de in de vorige volzin bedoelde mogelijkheid, maakt bij zijn definitief vertrek van de standplaats, in afwijking van artikel 63, vierde lid, nog slechts aanspraak op transport door de lucht van het resterende deel van het in dat lid genoemde maximale volume van de boedel.
4. Het eerste tot en met derde lid zijn niet van toepassing indien de resterende duur van de plaatsing zes maanden of korter is.
5. Artikel 63, zesde, negende, tiende, elfde en dertiende lid, is van overeenkomstige toepassing.
a. bij geboorte van een afhankelijk kind of aankomst van een afhankelijk kind jonger dan 1 jaar op een standplaats die is opgenomen in Bijlage D, onder 2, naar de keuze van de ambtenaar: vanuit Nederland 4 m3 boedel vervoerd over zee of over land dan wel 2 m3 boedel vervoerd door de lucht. De in de vorige volzin bedoelde standplaats is een standplaats die bij de categorie-indeling, bedoeld in artikel 18, voor het onderwerp ‘goederen en diensten’ 10 punten of meer scoort voor het onderdeel goederen. Het transport van de extra boedel kan plaatsvinden vanaf drie maanden voorafgaande aan de vermoedelijke bevallingsdatum zoals die blijkt uit een door de ambtenaar overgelegde verklaring van een geneeskundige of verlofkundige;
b. bij aankomst op of definitief vertrek van de standplaats van een afhankelijk kind van 1 jaar of ouder of van de partner: vanuit respectievelijk naar Nederland 2 m3 boedel vervoerd over zee of over land dan wel, in bijzondere gevallen ter beoordeling van 3W, door de lucht.
2. In afwijking van het eerste lid, onderdeel b, wordt op verzoek van de ambtenaar die bij zijn verhuizing naar de standplaats aanspraak maakte op transport van de boedel in een 40 voet container, ten behoeve van zijn definitief van de standplaats vertrekkende partner dan wel partner met één of meer afhankelijke kinderen een deel van de boedel in een 20 voet container naar Nederland getransporteerd. De ambtenaar die gebruik heeft gemaakt van de in de vorige volzin bedoelde mogelijkheid, maakt bij zijn definitief vertrek van de standplaats, in afwijking van artikel 63, tweede lid, nog slechts aanspraak op transport over zee of over land van de resterende boedel in een 20 voet container.
3. In afwijking van het eerste lid, onderdeel b, wordt op verzoek van de ambtenaar wiens boedel bij zijn verhuizing naar de standplaats voor rijksrekening door de lucht is getransporteerd, ten behoeve van zijn definitief van de standplaats vertrekkende partner dan wel partner met één of meer afhankelijke kinderen maximaal 15 m 3boedel met een maximum gewicht van 167 kilogram per m 3boedel door de lucht naar Nederland getransporteerd. De ambtenaar die gebruik heeft gemaakt van de in de vorige volzin bedoelde mogelijkheid, maakt bij zijn definitief vertrek van de standplaats, in afwijking van artikel 63, vierde lid, nog slechts aanspraak op transport door de lucht van het resterende deel van het in dat lid genoemde maximale volume van de boedel.
4. Het eerste tot en met derde lid zijn niet van toepassing indien de resterende duur van de plaatsing zes maanden of korter is.
5. Artikel 63, zesde, negende, tiende, elfde en dertiende lid, is van overeenkomstige toepassing.