BWBR0038918
Geldig vanaf 2017-01-01
Artikel 6
Regeling buitenlandse reizen BZ 2017
1. Een buitenlandse reis van een uitgezonden ambtenaar of lokale werknemer wordt per openbaar vervoer afgelegd tenzij dat niet mogelijk is, de afstand per openbaar vervoer meer dan 500 kilometer bedraagt, gemeten van station van vertrek tot station van aankomst, de reistijd per openbaar vervoer meer dan zes uur bedraagt of, bij een kleinere reisafstand en kortere reisduur, dat gelet op de lokale omstandigheden naar oordeel van het bevoegd gezag onredelijk bezwarend is.
2. De betrokkene is voor buitenlandse reizen per trein gerechtigd om, voor zover voor die reis een vervoersbewijs in die klasse beschikbaar is, voor rijksrekening te reizen in:
a. de eerste klasse of vergelijkbare klasse indien het een dienstreis, overplaatsingsreis of verlofreis betreft;
b. de tweede klasse of vergelijkbare klasse indien het een scholingsreis betreft.
3. Aan de betrokkene wordt een vervoersbewijs verstrekt. Met voorafgaande toestemming van het bevoegd gezag mag de betrokkene zelf een vervoersbewijs aanschaffen en worden de werkelijk gemaakte kosten vergoed, ten hoogste tot het bedrag van een vervoersbewijs waarop hij aanspraak kon maken.
2. De betrokkene is voor buitenlandse reizen per trein gerechtigd om, voor zover voor die reis een vervoersbewijs in die klasse beschikbaar is, voor rijksrekening te reizen in:
a. de eerste klasse of vergelijkbare klasse indien het een dienstreis, overplaatsingsreis of verlofreis betreft;
b. de tweede klasse of vergelijkbare klasse indien het een scholingsreis betreft.
3. Aan de betrokkene wordt een vervoersbewijs verstrekt. Met voorafgaande toestemming van het bevoegd gezag mag de betrokkene zelf een vervoersbewijs aanschaffen en worden de werkelijk gemaakte kosten vergoed, ten hoogste tot het bedrag van een vervoersbewijs waarop hij aanspraak kon maken.