BWBR0041636
Geldig vanaf 2019-06-01
Artikel 55
Dienst Buitenlandse Zaken Voorzieningenstelsel 2018
1. De ambtenaar heeft voor zijn afhankelijk kind dat nog geen secundair onderwijs volgt aanspraak op een tegemoetkoming in de door hem of diens partner betaalde kosten van de voor zijn functievervulling redelijkerwijs noodzakelijke kinderopvang indien het betreft:
a. kinderopvang buiten Nederland in een kindercentrum dat verantwoorde kinderopvang biedt in een veilige en gezonde omgeving;
b. kinderopvang buiten Nederland door een persoon van 18 jaar of ouder, niet zijnde een familielid van de ambtenaar, diens partner of het kind, die verantwoorde kinderopvang biedt aan maximaal 6 kinderen in een veilige en gezonde omgeving en die tijdens het bieden van de kinderopvang niet of slechts in zeer beperkte mate is belast met andere werkzaamheden;
c. kinderopvang in Nederland in een geregistreerd kindercentrum, of
d. gastouderopvang in Nederland die plaatsvindt door tussenkomst van een geregistreerd gastouderbureau.
2. De ambtenaar met een partner heeft slechts aanspraak op een tegemoetkoming gedurende de periode waarin de partner:
a. arbeid verricht waaruit inkomen wordt genoten, of
b. arbeid als vrijwilliger verricht of scholing volgt gericht op de bevordering van de inschakeling in het arbeidsproces op de huidige of volgende standplaats of in Nederland.
3. Het tweede lid is niet van toepassing indien het afhankelijk kind tijdelijk of structureel op de standplaats verblijft en de partner tijdelijk of structureel elders verblijft.
4. Indien de ambtenaar of zijn partner in verband met de kinderopvang van het kind aanspraak maakt of kan maken op een kinderopvangtoeslag maakt hij geen aanspraak op een tegemoetkoming tenzij voor het land waarin de kinderopvang plaatsvindt de koopkrachtcorrectie, bedoeld in artikel 11, meer dan 1 bedraagt.
a. kinderopvang buiten Nederland in een kindercentrum dat verantwoorde kinderopvang biedt in een veilige en gezonde omgeving;
b. kinderopvang buiten Nederland door een persoon van 18 jaar of ouder, niet zijnde een familielid van de ambtenaar, diens partner of het kind, die verantwoorde kinderopvang biedt aan maximaal 6 kinderen in een veilige en gezonde omgeving en die tijdens het bieden van de kinderopvang niet of slechts in zeer beperkte mate is belast met andere werkzaamheden;
c. kinderopvang in Nederland in een geregistreerd kindercentrum, of
d. gastouderopvang in Nederland die plaatsvindt door tussenkomst van een geregistreerd gastouderbureau.
2. De ambtenaar met een partner heeft slechts aanspraak op een tegemoetkoming gedurende de periode waarin de partner:
a. arbeid verricht waaruit inkomen wordt genoten, of
b. arbeid als vrijwilliger verricht of scholing volgt gericht op de bevordering van de inschakeling in het arbeidsproces op de huidige of volgende standplaats of in Nederland.
3. Het tweede lid is niet van toepassing indien het afhankelijk kind tijdelijk of structureel op de standplaats verblijft en de partner tijdelijk of structureel elders verblijft.
4. Indien de ambtenaar of zijn partner in verband met de kinderopvang van het kind aanspraak maakt of kan maken op een kinderopvangtoeslag maakt hij geen aanspraak op een tegemoetkoming tenzij voor het land waarin de kinderopvang plaatsvindt de koopkrachtcorrectie, bedoeld in artikel 11, meer dan 1 bedraagt.