BWBR0041636
Geldig vanaf 2019-06-01
Artikel 30
Dienst Buitenlandse Zaken Voorzieningenstelsel 2018
1. Ingeval de ambtenaar of zijn partner of kind waarvoor hij een verhoging van de standplaatstoelage ontvangt als bedoeld in de artikelen 14en 15in Nederland of een derde land een ingrijpende of langdurige geneeskundige behandeling dient te ondergaan of dient te bevallen, komen ten hoogste de kosten van de reis van de standplaats naar Nederland vice versa voor rekening van het rijk indien de daartoe aangewezen arts de medische noodzaak van een behandeling of bevalling elders bevestigt.
2. Indien in een geval als bedoeld in het eerste lid, na advies van de daartoe aangewezen arts, de toestand van de patiënt zodanig is dat overkomst van één of meer van de in het eerste lid bedoelde gezinsleden wenselijk is, komen ook de aan deze overkomst verbonden reiskosten tot ten hoogste de kosten van een reis naar Nederland vice versa voor rekening van het rijk.
3. Ingeval van een bevalling van de ambtenaar of zijn partner komen naast de in het eerste lid bedoelde reiskosten ook de reiskosten van de partner respectievelijk de ambtenaar en van afhankelijke kinderen jonger dan 13 jaar, tot ten hoogste de kosten van een reis naar Nederland vice versa voor rekening van het rijk, voor zover de ambtenaar voor deze gezinsleden een verhoging van de standplaatstoelage ontvangt als bedoeld in de artikelen 14en 15.
4. Voor de in het eerste lid bedoelde reis wordt een ticket verstrekt overeenkomstig de artikelen 6en 7 van de Regeling buitenlandse reizen BZ 2017.
5. Ingeval op de standplaats een epidemie uitbreekt komen de kosten van daarmee verband houdende immunisaties van de ambtenaar, tot zijn huishouding op de standplaats behorende gezinsleden waarvoor hij een vergoeding ontvangt als bedoeld in de artikelen 14en 15en in zijn dienst zijnde huispersoneelsleden voor rekening van het rijk.
2. Indien in een geval als bedoeld in het eerste lid, na advies van de daartoe aangewezen arts, de toestand van de patiënt zodanig is dat overkomst van één of meer van de in het eerste lid bedoelde gezinsleden wenselijk is, komen ook de aan deze overkomst verbonden reiskosten tot ten hoogste de kosten van een reis naar Nederland vice versa voor rekening van het rijk.
3. Ingeval van een bevalling van de ambtenaar of zijn partner komen naast de in het eerste lid bedoelde reiskosten ook de reiskosten van de partner respectievelijk de ambtenaar en van afhankelijke kinderen jonger dan 13 jaar, tot ten hoogste de kosten van een reis naar Nederland vice versa voor rekening van het rijk, voor zover de ambtenaar voor deze gezinsleden een verhoging van de standplaatstoelage ontvangt als bedoeld in de artikelen 14en 15.
4. Voor de in het eerste lid bedoelde reis wordt een ticket verstrekt overeenkomstig de artikelen 6en 7 van de Regeling buitenlandse reizen BZ 2017.
5. Ingeval op de standplaats een epidemie uitbreekt komen de kosten van daarmee verband houdende immunisaties van de ambtenaar, tot zijn huishouding op de standplaats behorende gezinsleden waarvoor hij een vergoeding ontvangt als bedoeld in de artikelen 14en 15en in zijn dienst zijnde huispersoneelsleden voor rekening van het rijk.